artikel

Omgeving Binnenhof voelt zich buitenspel

bouwbreed Premium 134

Omgeving Binnenhof voelt zich buitenspel

Naar verwachting neemt de Tweede Kamer deze maand een beslissing over de wijze waarop het Binnenhof moet worden gerenoveerd. Het is de vraag of de recente brief van verantwoordelijk minister Blok over de drie voorkeursvarianten voldoende recht doet aan de belangen van de omgeving.

Ondernemers, culturele instellingen en bewoners rond Het Plein bevinden zich onverwacht in een discussie over de renovatie van het Binnenhof, zonder dat ze zich daar serieus op konden voorbereiden. Intussen gaat de besluitvorming rap: nog deze maand maakt de Tweede Kamer een keuze.

Maar er wordt niet expliciet rekening gehouden met de maatschappelijke en vooral bedrijfseconomische effecten op de korte termijn. Het langere tijd afsluiten van een belangrijk deel van de historische Haagse binnenstad blijft niet zonder gevolgen. Als veel ondernemers besluiten hun huurcontract op te zeggen, leidt dat tot ongewenste leegstand en negatieve keteneffecten. Zijn ook andere (tussen)varianten en scenario’s mogelijk, waardoor Binnenhof en omgeving veel minder lang dicht hoeven blijven?

De noodzaak van de grondige renovatie lijkt zonneklaar voor alle partijen die gebruikmaken van de faciliteiten. Ondernemers uit de buurt zijn het daarmee eens. In een brief van 26 april licht minister Blok het parlement in over de noodzaak van de forse en kostbare ingreep. Herstel van bouwgebreken, voldoen aan wetgeving en ruimte voor functionele verbeteringen van gebouwen en infrastructuur geven de urgentie van deze kostbare (475 tot 525 miljoen euro) en tijdrovende (5,5 tot 12,5 jaar) operatie aan.

Volgens het kabinet en het verantwoordelijke Rijksvastgoedbedrijf zijn nog maar drie varianten technisch mogelijk: één waarbij het hele Binnenhof-complex tijdens de renovatieperiode (5,5 jaar) helemaal leeg staat, één gefaseerde waarin Eerste Kamer, Raad van State en ministerie van Algemene Zaken na 2,5 jaar terugkeren en één waarin eerst de gebouwen van de Eerste Kamer drie jaar lang worden gerenoveerd en daarna in vier jaar de Tweede Kamer. Die laatste variant lijkt het meest complex en kostbaar. Voorlopig gaat de voorkeur van ondernemers uit naar de (tweede) variant, omdat daardoor het Binnenhof gedeeltelijk open blijft en als doorgang kan blijven functioneren.

Verschillen

Ondanks het met vele partijen gevoerde overleg en technische onderbouwingen van de varianten rond de renovatie bestaan nog steeds grote verschillen tussen de plannen en ambities van de rijksoverheid en de opvattingen en percepties van ondernemers en bewoners rond Het Plein, verenigd in de stichting Overkoepelend Overleg Pleinkwartier (OOP). Dat uit zich in een wat ongemakkelijke verhouding. Het OOP is laat betrokken bij de planvorming (die al vijf jaar aan de gang bleek te zijn) en voorbereidende procedures. Daardoor zijn de ondernemers ook nog nauwelijks in staat geweest de gewenste know-how of alternatieven in te brengen. Weliswaar schermt zowel de gemeente als het ministerie met het belang van communicatie en overleg met de omgeving, maar tot nu toe was dat voornamelijk eenrichtingsverkeer. En buiten dat, het gaat niet zozeer om communicatie als wel om partnerships. De belangen van ondernemers en bewoners verdienen dat. De ondernemers (en organisaties) vrezen de negatieve effecten bij langdurige renovatiewerkzaamheden en afsluiting van grote delen van (de omgeving van) het Binnenhof. Zo lang die vrees niet verdwijnt, blijft het wantrouwen blijven bestaan zo niet toenemen.

Het vertrouwen in een voorbereidend proces – dat overigens nog vijf jaar zal duren –waarbij expliciet de belangen van ondernemers (incl. keteneffecten) op onafhankelijke wijze worden gewaarborgd, is nog niet aanwezig. Toezeggingen om deel te nemen in werkgroepverband ten spijt. De Tweede Kamer zou wat betreft de eigen huisvestigingsbelangen ook in het licht van de omgeving van Het Binnenhof een minder groot accent moeten geven. Ondernemers, culturele instellingen zoals het Mauritshuis en de Nieuwe of Literaire Sociëteit de Witte, en bewoners hebben aangegeven te willen bijdragen aan verbeteringen en oplossingsmogelijkheden over en weer, maar moeten daartoe wel in de gelegenheid worden gesteld.

Het blijft vreemd dat de initiatiefnemer – de rijksoverheid – tot nu toe op geen enkele wijze de maatschappelijke en economische effecten van de renovatie in beeld heeft gebracht. Laat staan dat enige (financiële) compensatie is geboden. Het is al te makkelijk dat af te schuiven op ondernemersrisico’s.

Drs. Robbert Coops, Sociaal-geograaf, geassocieerd partner van Winkelman Van Hessen en (onbezoldigd) adviseur van OOP

Reageer op dit artikel