artikel

Stabu wikt, maar de markt beschikt

bouwbreed Premium

Stabu wikt, maar de markt beschikt

Diverse instituten in de bouw bezinnen zich momenteel op hun taak en bestaansrecht. Bij dit nadenken is niet altijd evenveel realiteitszin en gezond verstand aanwezig. Of het wordt onvoldoende gebruikt. Zeker bij Stabu was dit een probleem, blijkens een artikel in Cobouw van 21 januari.

Stabu, een van de vele bureaucratische dienstverleners in de bouwnijverheid, kondigde aan dat men iets nieuws gaat doen, omdat het allemaal de verkeerde kant op gaat. Eigenlijk geeft men aan zelf overbodig te zijn, want Stabu roept een nieuwe club in het leven met de mooie naam CEMMA. Als je gaat Googlen, ontdek je dat dit staat voor CE aangevuld met Mixed Martial Arts, een multidisciplinaire vechtsport.

Een interessante combinatie, want met die gemixte vechttechniek slaat Stabu doldriest om zich heen, naar keurmerken, KOMO, certificatie-instellingen, minister Blok, ILT, de bedrijven in de bouw, maar ook naar opdrachtgevers, enz. enz. Een aantal van deze slachtoffers maakt zelfs deel uit van het eigen Stabu-bestuur.

Ook de Stabu-klanten en hun organisaties krijgen er genadeloos van langs. Overal is het volgens de schrijvers beter en CEMMA gaat het niet-Nederlandse bedrijfsleven Nederland in loodsen. Overstromen die markt, dat geeft echte concurrentie, zo geeft men aan.

Hoe men dat doet, wordt niet helemaal duidelijk. Elke organisatieadviseur weet dat het geen kunst is om iets nieuws op te zetten, maar dat het iets overbodigs laten verdwijnen, heel veel moeite kost. Mooi dan, dat men zelf hiertoe een stap zet.

Maar wat CEMMA wil doen is het “verenigen van fabrikanten”. En dat geeft nu net weer die overbodigheid aan. Bedrijven zijn immers verenigd en hebben hun institutionele vertegenwoordigers ook bij Stabu. Deze zijn vooral mans genoeg om niet mee te werken aan overbodige keuringen, bureaucratie en vooral overbodige instituten zoals CEMMA.

Bedrijven leveren topkwaliteit en hebben een excellente kwaliteitsborging. Inderdaad aangeduid met een keurmerk. Ik vinddat keurmerken oké en dat geldt ook voor CE-markering. De productbijsluiter CE is echter net voldoende om je in de markt te mogen bewegen. CE is een door de overheid bepaald minimum. Deze verklaring is echter geen enkele garantie voor kwaliteit. En daarom zijn er keurmerken, waarbij dit wel het geval is.

In een keurmerk van bedrijven vindt de klant zijn garanties, klachtenbemiddeling en vertrouwen in deze goede bedrijven. Daar is helemaal geen overheidsbewijs voor nodig. Maar de combinatie van beide is sterk!

In het bewuste artikel werd een gevelproduct als voorbeeld genoemd. Als voorbeeld van non-kwaliteit. Maar de kwaliteitsborging juist in de gevelsector staat op een extreem hoog niveau. De gevelindustrie investeert veel in CE en haar keurmerken.

Het is juist de combinatie van beide: basis productinformatige met CE, aangevuld met de kwaliteit die de onderneming toevoegt met haar keurmerk, die het voor de opdrachtgever waardevol maakt. Daar is geen overheid en nieuwe import bevorderende instantie voor nodig.

Bert Lieverse
Voorzitter-directeur VMRG (Sectororganisatie voor gevels en gevelelementen)

Reageer op dit artikel