artikel

Wanneer mag een partij een overeenkomst opzeggen?

bouwbreed

Wanneer mag een partij een overeenkomst opzeggen?

Een opdrachtgever krijgt onenigheid over uit te voeren meerwerk met zijn aannemer en gunt het aan een ander. Mag dat? En mag de aannemer vervolgens de rest van de hele opdracht teruggeven?

Het geschil in dit kort geding gaat over asbestverwijdering. In de opdracht aan de sloopaannemer staat dat hij mag uitgaan van 500 strekkende meter asbest, in kit, tegen 20 euro per meter. Méér meters mag hij verrekenen. Bij de sloop van het ruim honderd jaar oude voormalige verpleegtehuis blijkt het meerwerk echter om maar liefst 15.000 strekkende meter asbesthoudende glaskit te gaan. Dan gaat het mis.

De aannemer wil die glaskit verwijderen tegen de afgesproken prijs of volgens een eigen alternatief plan. De opdrachtgever stelt een andere en goedkopere aanpak voor. Maar dat wil de aannemer weer niet. Daarop laat de opdrachtgever de extra asbest verwijderen door een andere sloper. De aannemer beschouwt dat als contractbreuk en ontbindt de hele overeenkomst.

Kort geding

De opdrachtgever eist vervolgens bij de Raad van Arbitrage dat de aannemer het aangenomen sloopwerk alsnog uitvoert. Dat doet hij in kort geding, om te voorkomen dat verdere werkzaamheden vertraging oplopen.

De arbiter stelt om te beginnen vast dat er geen misverstanden kunnen bestaan over de opdracht tot verwijdering van de extra asbest: die is in principe inbegrepen in de overeenkomst. De nota van inlichtingen en het bestek zijn daar duidelijk over. Die opdracht kan dus niet zomaar naar een ander gaan. De arbiter onderschrijft wel dat een opdrachtgever in zijn algemeenheid te allen tijde het recht heeft een overeenkomst deels of geheel op te zeggen (onder betaling van een vergoeding). Maar ook die vlieger gaat in dit geval niet op.

Bindend asbestadvies

De reden daarvoor is dat partijen hebben afgesproken dat ze de alternatieve saneringsmethode van de opdrachtgever voorleggen aan een deskundig bureau voor een bindend advies. De opdrachtgever stelt dat zijn methode is goedgekeurd. Het bureau heeft namelijk gemaild dat het alternatief niet aan het Bouwbesluit voldoet, maar dat de gemeente wel toestemming zou kunnen verlenen.

Na die mail heeft het bureau echter, op verzoek van de aannemer, in een uitvoerig rapport geconcludeerd dat de alternatieve methode niet voldoet aan de arbowet- en regelgeving, het Bouwbesluit, het Asbestverwijderingsbesluit en de Wet milieubeheer.

De arbiter hecht meer waarde aan dit rapport dan aan de eerdere mail. De aannemer heeft terecht geweigerd het alternatief van de opdrachtgever uit te voeren. Hij mocht er ook op vertrouwen dat hij de sanering volgens zijn eigen aanpak mocht doen.

De aannemer hoeft het werk niet te hervatten: de vordering van de opdrachtgever wordt afgewezen. De kosten van de arbitrage (ruim 7700 euro exclusief btw) en een tegemoetkoming (van 4500 euro) in de juridische kosten van de aannemer zijn voor rekening van de opdrachtgever.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels