artikel

Onderzoek niet wat we al weten

bouwbreed

Onderzoek niet wat we al weten

Tijdens de bijeenkomst in april 2015 waarop 3TU. Federatie haar vragen voor de Nationale Wetenschapsagenda aanbood, werd nog eens pijnlijk duidelijk hoe weinig wetenschappelijk onderzoek de afgelopen jaren ten behoeve van de bouw is uitgevoerd.

Bij de toewijzing van onderzoeksbudgetten is namelijk vereist dat de eindgebruiker aan tafel zit en ook financiert. Doordat in de bouw de individuele eindgebruiker echter pas aan tafel komt als de innovatie succesvol is omgezet in een product of dienst, zijn jarenlang veel onderzoeken afgewezen. Gevolg is dat de vooraanstaande kennispositie van de Nederlandse bouw in gevaar is gekomen.

Inmiddels wordt deze te rigide manier van toewijzen erkend. Nu de wetenschapsvragen goed in beeld zijn, is het zaak het onderzoek in de bouw succesvol te maken. De bouw heeft dan wel een aparte benadering nodig om de achterstand te kunnen inhalen.

Onderzoek bestaat uit twee takken van sport. Bij het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek staan nieuwe ideeën en nieuwe theorievorming voorop. Dit is het terrein waar universiteiten zich van oudsher op richten. Vaak staat bij aanvang niet vast of en waar de resultaten bruikbaar zijn. De nieuwe inzichten die verworven kunnen worden met dit type onderzoek bieden nieuwe marktkansen, ook voor de bouw.

De laatste jaren zien we echter dat universiteiten zich, omwille van een derde geldstroom, ook zijn gaan richten op meer toegepast onderzoek in samenwerking met het bedrijfsleven. Bij het toegepast onderzoek is de oplossing vaak al in beeld en kan de aanpak meer projectmatig zijn, op basis van bestaande kennis. Laat dit nu net het domein zijn waarin ingenieursbureaus actief en succesvol zijn. Zij zijn dagelijks bezig om van fundamentele kennis praktisch toepasbare kennis en producten te maken. De oplossing kan dan ook directer aansluiten op een zich ontwikkelende marktvraag.

Het is tijd om als bouwsector goed te kijken waar welk type onderzoek het best kan plaatsvinden. De verschuiving van de inzet van universiteiten naar toegepast onderzoek gaat per saldo ten koste van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Voor de langere termijn is het gewenst dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt in de financiering voor fundamenteel onderzoek van de bouw.

Het toegepast onderzoek gaat vaak over vraagstukken waarvan wij als ingenieurs de oplossing deels al kennen. Als ingenieursbureaus willen we dan ook graag onze kennis bij elkaar brengen en actief sturing geven aan het toegepast onderzoek. Als wij inbrengen wat wij al weten, kan mogelijk minder onderzoek nodig zijn.

Geef de ingenieursbureaus binnen het plan van de Nationale Wetenschapsagenda een actieve rol in het toegepast onderzoek en laat ze op onderwerpen hiervoor de kar trekken. Gebruik de budgetten die daarmee worden vrijgespeeld voor onderzoek naar fundamentele vragen. Dan kunnen we bijdragen aan een goede positie van de bouwsector.

ir. Jos Hamilton, beleidsmedewerker Ondernemingszaken NLingenieurs

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels