artikel

Niet tornen aan lokale identiteit van de stad

bouwbreed

Heeft het zin om actief te investeren in het imago van een stad? En als dat al zin heeft, op welke wijze kan een stad of stedelijke regio zich onderscheiden? Wie moet het initiatief nemen en leidt een dergelijke planmatige benadering automatisch ook tot het aantrekken van economische of culturele bedrijvigheid?

Kortom: spelen imago en identiteit een doorslaggevende rol en zijn instrumenten als citymarketing wel effectief genoeg om ook op wat langere termijn het verschil te maken of te nuanceren? En wat gebeurt er bij gemeentelijke fusies of de totstandkoming van stedelijke regio’s met de oorspronkelijke identiteit?

Identiteit is een dynamisch en relationeel begrip. Dat betogen Kees Terlouw en Maarten Hogenstijn (Universiteit van Utrecht/EDS2), die op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoek deden naar het belang van de lokale en regionale identiteit.

Een ruimtelijke identiteit blijkt belangrijk; het bepaalt de sociale en economische waardering voor een stad of (stedelijke) regio. Lokale identiteit leidt tot verbondenheid, zelfredzaamheid en het opkomen voor elkaar. Dat is waardevol, zeker in een periode waarin participatie de boventoon voert. Regionale identiteit is veel minder vanzelfsprekend en minder hecht. Bij stadsgewesten of provincies, maar ook bij fusiegemeenten of netwerksteden is sprake van regionale identiteiten. Dergelijke regio’s zijn politieke, vaak tijdelijke en pragmatische constructies die zeker niet overal op veel maatschappelijke bijval mogen rekenen. Het opbouwen en onderhouden van regionale identiteit gaat dan vaak moeizaam. Zeker wanneer dat op een technocratische of bureaucratische wijze wordt gestuurd, verspeel je juist de sterke punten van de lokale identiteit.

Sommige, meer losse vormen van regionale samenwerking tussen gemeenten, waterschappen, provincies, (vervoers)bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere samenwerkingsverbanden zijn vaak op basis van vrijwillige samenwerking tot stand gekomen; ze functioneren als netwerken en zijn niet langer op de klassieke, territoriale hiërarchie gebaseerd.

Nieuwe regio’s

In Nederland zijn er duizenden formele en informele gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Vele van deze nieuwe regio’s zijn producten van de opeenvolging van Haags ruimtelijk-economisch beleid: stadsregio’s, stedelijke knooppunten, nationale landschappen, valley’s en main-, brain- en greenports . Maar in de praktijk van alledag woon je in Wageningen en niet in Energyvalley. En werk je in Rotterdam en niet in de metropooldelta Den Haag-Rotterdam.

Ondanks processen als digitalisering, schaalvergroting en verstedelijking lijken lokale identiteiten gelukkig niet te verdwijnen. Ze veranderen echter wel. Bij toekomstige bestuurlijke, ruimtelijke en sociaal-economische vernieuwingen zal identiteit volgens ons een meer richtinggevende rol moeten spelen dan tot nu toe gebruikelijk. Immers, die identiteit is waardevol. Er is lang in geïnvesteerd. Niet zozeer met slogans, campagnes of andere vormen van citymarketing of placemaking, maar vooral door de bouw en het beheer en onderhoud van bedrijfsterreinen, infrastructuur, monumenten en ander vastgoed, de ontwikkeling van cultuur, onderwijs, sport, recreatie en natuurbeheer. Dat alles leidt tot een zekere identiteit en als het goed is ook tot een zekere authenticiteit.

Gezelligheid

Eindhoven en Helmond zijn dit jaar uitgeroepen tot winnaars van de Nationale Citymarketingtrofee. Eindhoven – als grote stad – heeft volgens het juryrapport een consistent en dynamisch beleid gevoerd, waarbij de “inhoudelijke grandeur met simpele gezelligheid, internationale uitstraling met lokale traditie” is verbonden. Helmond wordt geroemd omdat daar gekozen is voor een verfrissende en doelgerichte strategie en aanpak van de citymarketing, die weer heeft geleid tot een “scherpe focus en intensieve samenwerking, ook in de regio”.

Met andere woorden: ook hier zijn de stedelijke identiteit en het daarbij behorende imago als uitgangspunt genomen voor het realiseren van een gemengde en gedifferentieerde economische en sociale structuur, die een goed vertrekpunt biedt voor het aantrekken van nieuwe activiteiten en bewoners en het realiseren van innovaties of uitbreidingen in de stedelijke economie.

Onrust

Als bindmiddel of als attractief element van een gemeenschap is bijvoorbeeld een historisch opgebouwde identiteit van grote betekenis. Wie is er niet trots op de binnensteden van Gouda, Dordrecht, Delft, Deventer of Kampen? Met een duidelijk historische identiteit. Het geforceerd inpassen van andere (culturele) identiteiten of activiteiten zorgt voor onrust en weerstand, zo blijkt telkenmale bij (gedwongen) fusies van gemeenten of vergelijkbare processen. “De rol van functionele en bestuurlijke samenhang kan alleen geduid worden door de verbinding te maken tussen lokale en regionale identiteit en breder te kijken dan alleen naar de inwoners van lokale gemeenschappen”, aldus de onderzoekers. Met andere woorden: regisseer processen, zoals die van de totstandkoming van een netwerkstad, toch vooral vanuit een zekere urgentie en vanuit een strategie waarbij niet alleen economische doelstellingen worden betrokken. De rol van lokale identiteit en identificatie door lokale stakeholders is misschien wel belangrijker, maar wordt in het besluitvormingsproces te weinig meegenomen. Alleen al daarom is het een aandachtspunt bij de discussies over de Agenda Stad. Het blijft immers de vraag of de identiteit van een stad bij de huidige ontwikkelingen niet in het gedrang (om)komt. Zeker wanneer wordt ingezet op netwerksteden, fusies of vormen van interstedelijke samenwerking.

Op het eerste gezicht lijkt stedelijke identiteit of authenticiteit in het niet te vallen bij alle bestuurlijke, maatschappelijke en bedrijfsmatige inspanningen om te vernieuwen, te verduurzamen en te investeren in de stad. Maar het belang ervan is waardevol; het tornen aan de lokale identiteit van een stad is riskant. Juist in een netwerkstad komt het immers aan op de identiteit van iedere stad binnen zo’n netwerk.

Prof.dr. Oedzge Atzema, Rijksuniversiteit Utrecht

drs. Robbert Coops, Winkelman Van Hessen

drs. M.M. Frequin, ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Dit artikel is een vervolg op eerdere artikelen in Cobouw over de Agenda Stad van 16 oktober 2014, 23 januari, 20 maart, 30 april en 1 juni 2015

Lees ook het rapport van Kees Terlouw en Maarten Hogenstijn (2015): Eerst waren we gewoon wij en nu is het wij en zij; gebruik, slijtage en vernieuwing van lokale en regionale identiteiten, Universiteit Utrecht/Expertisecentrum Stedelijke Dynamiek & Duurzaamheid

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels