artikel

Bouwen in de wei: feiten doen er niet meer toe

bouwbreed

Bouwen in de wei: feiten doen er niet meer toe

De verheerlijking van ‘de stad’ kent blijkbaar geen grenzen. Sommigen lijken in katzwijm te vallen als Amsterdam groeit. Dat Amsterdam nu 820.000 inwoners telt, leidt tot euforie. Dat dat nog steeds 50.000 inwoners minder is dan in 1960 is niet van belang.

Naast de yup worden de yupp’s (young urban professional parents) meer dan hartelijk opgenomen door de nieuwe sekte, maar intussen is yucky de geuzennaam. Die zou staan voor de jonge zzp’er met meerdere banen of creatieve ondernemingen.

Maar zoals vaker bij gelovigen: feiten en cijfers lijken van mindere orde. Daarom toch maar een schets van een paar andere werkelijkheden. Volgens Tineke Lupi van Platform 31 in het tijdschrift S+RO (Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening) nummer 3 van 2015 is er sprake van een grote reset: de jongeren die ooit naar de stad zijn getrokken (bijvoorbeeld als student) gaan na hun studie niet meer weg naar de suburbane ommelanden, maar ze blijven er en combineren er kind en carrière. Ze verwijst in haar artikel vaak naar het artikel van Frank van Dam en Dorien Marting (beiden Planbureau voor de Leefomgeving) in hetzelfde nummer van S+RO.

Terwijl Lupi als diepgelovige zonder enige twijfel de nieuwe inwoner van de stad beschrijft als de hogere middenklasse (met kind en carrière), aangevuld met yucky’s, waarschuwen van Dam en Marting juist voor het feit dat er heel veel onzekerheden zijn die zouden kunnen leiden tot een kentering van het toekomstperspectief van steden. Zij zien onder andere het aantal jongeren dat naar de stad trekt niet meer toenemen en zelfs afnemen. In dit verband is het relevant om te wijzen op een paar CBS-cijfers: de bevolking van Amsterdam steeg van 1990 naar nu van 700.000 naar circa 820.000 inwoners. Het aantal immigranten steeg in die periode van circa 30 procent naar 50,7 procent, oftewel van 210.000 naar 410.000. De totale bevolking steeg dus met 120.000 en het aantal migranten met 200.000! Hoezo aantrekkingskracht van de stad op het ommeland?

Het idee dat alles in de stad oplosbaar is, is niet nieuw: wethouder Michael van der Vlis wilde begin jaren tachtig dat de groeikernen Alkmaar, Hoorn en Purmerend hun productie zouden temperen omdat Amsterdam de woningvraag zelf ging oplossen. Het is maar goed dat de productie in deze kernen toen toch op peil bleef, want het heeft wel heel erg lang geduurd eer de productie in Amsterdam een beetje op gang kwam.

In de kou

Nu opnieuw is de roep om de bouw in de ommelanden te stoppen groot. Maar opnieuw is dat onverantwoord. De woningvraag trekt weer fors aan. Als we niet extra bouwen, ook buiten de stad, worden de prijzen zo hoog dat grote groepen opnieuw in de kou staan. Weliswaar zit het tempo in Amsterdam er nu aardig in, maar volgens de directeur Grond en Ontwikkeling is de voorraad bouwlocaties in 2018 op. Pas in 2025 ziet hij weer bouwmogelijkheden. Of die realistisch zijn (20.000 woningen) is nog de vraag, maar zeker is dat het te laat is.

Wie zich in de cijfers verdiept, weet dat er absoluut onvoldoende locaties in beeld zijn, laat staan tijdig gereed kunnen zijn. Om de 240.000 (collegeprogramma GS 2015 – 2019) tot 300.000 (Primos bevolkingsprognose) extra woningen die nodig zijn echt te kunnen bouwen, is er naast de min of meer aangewezen locatiecapaciteit van 67.000 woningen nog voor circa 200.000 woningen aan extra capaciteit nodig.

Zelfs bij de meest optimistische ramingen over mogelijkheden voor herbestemming kan dat op deze mega-aantallen slechts een kleine bijdrage zijn. Maar die overigens ook helemaal benut moet worden.

Het is volstrekt duidelijk dat juist wel een strakke regie nodig is om ervoor te zorgen dat tijdig voldoende woningbouwlocaties gereed zijn. We lopen al achter. De provincie Noord-Holland en ook de stadsregio dienen die handschoen op te pakken. Concrete nieuwe locaties, ook in het weiland, in beeld brengen en vooral ook planologisch mogelijk maken. Volgens Lupi heeft het maken van structuurvisies geen zin. Haar bewijs daarvoor: “Niet voor niets werden deze ingeruild voor termen als organische planning, transformatie, urbane acupunctuur, coöperatieve gebiedsontwikkeling en collectief particulier opdrachtgeverschap”. Tegen deze overkill aan onzinnigheid valt niet echt te argumenteren. Maar vast staat dat de vraag naar woningen rond de steden enorm is. Vast staat ook dat er absoluut te weinig locaties voorhanden zijn om die woningen te bouwen. Vast staat ook dat het planologisch en praktisch voorbereiden van woningbouwlocaties vele jaren duurt. En dat betekent dat er als de wiedeweerga locaties ingestoken moeten worden.

Jos Feijtel, adviseur wonen 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels