artikel

Blog: Hoe Cornelis zijn handen verloor (en de koning ontmoette)

bouwbreed

Cornelis Vermeere werkt aan de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland. Op een zaterdag in oktober wordt de bouwvakker, 27 jaar nog maar, geschept door een voorbijrijdende trein. Dankzij de “uitmuntende” verpleging in het ziekenhuis in Rotterdam blijft hij in leven. Wel raakt hij zijn handen kwijt, en een voet. Toch is dit niet per se een droevig verhaal.

Ik leerde Cornelis kennen op de Wikipedia-pagina van Cobouw. Hij speelde in mei 1874 de hoofdrol in de allereerste ‘redactionele bijdrage’ in het Advertentieblad voor verkoopingen van roerende en onroerende goederen, de voorganger van Cobouw. ‘Corneelis’, staat er, kon zoals zoveel slachtoffers van bouwongelukken in die tijd nergens aanspraak op maken. “Deze publicatie bracht daar verandering in”, meldt de online encyclopedie. “Hoe het uiteindelijk met het slachtoffer is afgelopen is niet bekend.” Ik werd nieuwsgierig. 

In de ‘redactionele bijdrage’, eigenlijk gewoon een advertentie, staat dat Cornelis – “eene flinke, oppassende, maar ouderlooze en volstrekt onbemiddelde jongeman” – onder een “voortrijdende wagentrein” terecht is gekomen. Als gevolg van het ongeluk kan hij niet meer zonder hulp van anderen functioneren. Dat kan zo niet langer, vinden de ondertekenaars van de oproep. “O! Helpt ons, Landgenooten! dat leed verzachten.”

De oproep om geld te geven verschijnt in nog zeker zes andere landelijke kranten. In de maanden die volgen stroomt het geld binnen. Zo staat niet veel later in De Standaard dat de Amsterdamsche Pijpenclub zes gulden heeft gestuurd, wordt in De Tijd melding gemaakt van “liefdegaven” van zes predikanten en collecteert een chirurg-tandarts uit Gouda 175 gulden bij elkaar.

Hoeveel geld er in totaal wordt ingezameld is niet helemaal duidelijk. Het is echter voldoende om een ‘instelling van weldadigheid’ op te richten. Deze organisatie, die ‘Vermeere’ wordt gedoopt, zorgt dat Cornelis genoeg geld heeft om van te leven. Ook worden andere verminkten ondersteund. In 1878 kan Cornelis 422,17 gulden uitgeven, staat in een verslag dat de organisatie een jaar later in de krant zet. Cornelis laat weten dat hij “tegenwoordig zeer gezond is en het bijzonder goed naar zijn zin heeft”.

Dat het goed met Cornelis gaat, blijkt ook uit andere krantenberichten uit die tijd. De man die bij Hoek van Holland zijn handen verloor heeft in een 46-jarige weduwe uit Rotterdam een “levensgezellin” gevonden. In 1883, tien jaar na zijn ongeluk, ontmoet Cornelis koning Willem III. De vorst brengt een bezoek aan de Amsterdamsche Tentoonstelling, waar de Rotterdamse instrumentenmaker Linden exposeert. Vermeer, die “sedert zeven jaren twee kunstarmen en een kunstbeen” gebruikt, is onderdeel van de tentoonstelling. “Oefening had hem de kunstige ledematen even vlug en goed leeren gebruiken, als wij het de onze doen”, noteert een journalist van de Java-bode.

Na 1883 kom ik Cornelis’ naam niet meer in de krant tegen. Tot 5 maart 1931. In De Tijd verschijnt een berichtje van P.M. Van Nierop uit ’s Gravezande. Hij vertegenwoordigt de ‘Instelling van Weldadigheid Vermeere’. Inmiddels is de laatste door de organisatie ondersteunde verminkte overleden, blijkt uit het bericht. Het geld dat bijna 60 jaar eerder werd opgehaald is echter nog lang niet op. “Thans kunnen aanvragen weer gericht worden aan het bestuur der instelling.”

Hoe het met de man voor wie al in de negentiende eeuw een sociaal vangnet werd geconstrueerd is afgelopen? Ik heb geen idee. Ook waar het opgehaalde geld is gebleven heb ik niet kunnen achterhalen. En wat maakte Cornelis anders dan al die andere bouwvakkers die een ongeluk kregen? Heeft u een idee? Laat het weten.

Martjan Kuit, redacteur Economie bij Cobouw

Reageer onder deze blog of via Twitter op @MartjanKuit of @CobouwNL

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels