artikel

Opinie: “Het gaat te vaak over verdienen”

bouwbreed

Opinie: “Het gaat te vaak over verdienen”

“Nederland gaat stappen maken in de biobased economy”. Zo begint de samenvatting van de onlangs verschenen onderzoeksagenda van het Topconsortium voor Kennis en Innovatie BioBased Economy (TKI-BBE). De kern is, gaat het verder, het uitgangspunt dat “kennisontwikkeling moet plaatsvinden op thema’s waar het bedrijfsleven kansen ziet om het tot economische waarde te brengen in productie of in pilot-installaties”.


Economie is een breed begrip. Het kan materiaal-economisch betekenen, wat in kader van biobased materialen natuurlijk de juiste connotatie zou zijn. Maar hier is duidelijk bedoeld: financieel-economisch. En dat doet de wenkbrauwen fronsen, want biobased, dat ging toch niet in de eerste plaats om verdienen? Formuleer het dan anders, bijvoorbeeld ‘waar milieuwinst en financiële winst samenkomen’. Dan verwatert het niet tot alleen geld verdienen.

“Energie uit biomassa is voor de korte termijn wellicht de enige praktisch haalbare methode om de emissie van broeikasgassen terug te dringen. Maar met de verbranding ervan vernietigen we tegelijkertijd waardevolle groene grondstoffen voor de chemische industrie.”

Dubbele winst

Dat van het vernietigen van grondstoffen is juist. Grondstoffen die na einde levensduur, over pakweg vijftig jaar, bovendien nog steeds hun verbrandingswaarde hebben. Dubbele winst is dus mogelijk. 

Financieel-economisch gedreven

Maar hoezo is de chemische industrie het doel? Het gaat om grondstoffen voor de maatschappij, en hoe minder daarmee wordt gerotzooid, hoe beter. Ze kunnen zonder veel bewerkingen in bulk worden ingezet, te beginnen in de bouw. Zo wordt de meeste (milieu)winst geboekt. De chemische omweg is puur financieel-economisch gedreven: hij spaart de traditionele bouwmaterialenwereld, en geeft de chemische wereld een nieuw speeltje.

“Naast energie bevatten biomassastromen ook verbindingen die als grondstof voor materialen kunnen worden ingezet.” Biomassa is toch eerst massa en pas daarna energie? De wereld wordt voortdurend omgedraaid! De nadruk ligt abusievelijk op technologiergedreven ontwikkelingen (en daarmee financieel-economisch gedreven).

Dat kwam ook tot uiting op een TKI-bijeenkomst onlangs waar werd gesproken over de TRL, de technology readiness levels . Een schaal van 1 tot 6 en hoe hoger op de schaal, hoe dichter bij het grote verdienen. Niks mis mee, maar daar hoort een meting naast, de CO2-reduction readiness levels (CRL). Lijkt de techniek serieuze reducties in CO2 te kunnen bewerkstelligen? Zonder afschuiving naar andere sectoren? Er werd een beetje besmuikt op dit voorstel gereageerd. “Tsja, hij heeft een punt, maar dat is wel vervelend, we waren zo leuk bezig…”

En dan lees ik: “In de natuur wordt via fotosynthese zonne-energie omgezet in biomassa. Deze omzetting heeft een lage efficiëntie (ongeveer 1 procent). TKI-BBE ziet interessante mogelijkheden om deze efficiëntie te verhogen.”

Bio-bulk aanpak

De maakbare natuur. Maar met welke milieu-impact wordt die efficiëntie gehaald? De natuur doet het in gesloten kringlopen. Kan dat ook met hoogtechnologische aanpak? Een zonnecel haalt, zeg, 14 procent, maar ten koste van materiaalinzet en allerlei vervelende afvalstoffen. Is de compensatie daarvan meegerekend? Nee dus. Het komt uit de lengte of uit de breedte: als je de opbrengst verhoogt, wordt de impact vergroot. En ons economisch systeem is erop gericht om wat (financieel) economische waarde heeft te vergroten, en wat niet gewaardeerd wordt in dat systeem te negeren en uit te putten.

Ik wil een lans breken voor de biobulk-aanpak. Daarmee zijn grote volumes te bereiken, met directe milieuwinst, zonder omweg via (hoog)technologische routes. Hennep en vlas isolatiematerialen, directe toepassingen van hout, leemstuc als hernieuwbare grondstof (leem is een constante flux uit erosieprocessen) en ontwikkeling van geperste bamboe als bouwmateriaal (opbrengst drie keer zo hoog als import-hout, onderzoek kan financiering gebruiken).

De aanpak met biobulk heeft een hoge TRL en CRL. Toegegeven, de WRL (winst readiness levels) zijn wat lager, maar dan moet de overheid zorgen voor aanpasing van het financieel-economisch systeem, zodat de balans verschuift. Financiële economie is een menselijke fantasie. Dus die kunnen we sturen.


Ronald Rovers, Lector Hogeschool Zuyd

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of via Twitter op @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels