artikel

Op de goede weg

bouwbreed

Op de goede weg

Vorige week bleek dat het aantal woningtransacties in juli weer op het niveau van juli 2007 ligt. Dat klinkt hoopgevend. Deze melding is echter minder positief dan op het eerste gezicht lijkt. Door de nieuwe maatregelen per 1 juli, zoals de verlaging van de NHG, zijn er extra veel woningen in juni verkocht die in juli door het Kadaster zijn geregistreerd.

Het bericht spoorde me wel aan de balans op te maken van waar de woningmarkt naartoe gaat nu we het ergste van de crisis achter ons hebben gelaten. Wat mij betreft is de duidelijkste les van de crisis dat we een scheve woningmarkt hebben, te veel koop en sociale huur, te weinig vrije huur. Dit is ontstaan door subsidiëring van eigen-woningbezit en in hoog tempo bouwen van sociale huurwoningen. In mijn vorige column concludeerde ik al dat tijdens de crisis meer vrije sector huurwoningen zijn gebouwd. Maar blijven we dit doen nu de crisis voorbij is?

Vooralsnog is het antwoord daarop: ja. In de verhouding tussen afgegeven vergunningen voor koop- en huurwoningen is sinds 2009 weinig veranderd. In het eerste halfjaar van 2015 was 68 procent van de aangevraagde vergunningen bestemd voor koopwoningen en 31 procent voor huurwoningen. Wat er wel is veranderd, is het type huurwoning waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. In het eerste halfjaar van 2009 werd 32 procent van de vergunningen aangevraagd voor vrije sector huurwoningen en 68 procent van de vergunningen voor sociale huurwoningen. In het eerste halfjaar van 2015 zijn deze percentages bijna omgekeerd: 63 procent van de vergunningen is aangevraagd voor vrije sector huurwoningen, 37 procent voor sociale huurwoningen.

Ook na de crisis blijven we dus op de goede weg wat betreft het type huurwoning dat wordt gebouwd. Maar vrije huurwoningen worden gebouwd ten koste van sociale huurwoningen, niet ten koste van koopwoningen. Terwijl de verwachting juist is dat we meer gaan huren in plaats van kopen.

Madeline Buijs, sectoreconoom Bouw Economisch Bureau ABN AMRO 

Reageren kan via twitter of via madeline.buijs@nl.abnamro.com 

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels