artikel

Placemakers

bouwbreed

Placemakers

Twee weken geleden met de Neprom-leden bij BPD (voorheen Bouwfonds) aan het Waalfront in Nijmegen op bezoek. Het Honigcomplex, oude soepfabriek, vol met jonge bedrijfjes, ateliers, restaurants, brouwerij.

Zo’n zwaar verouderd fabriekscomplex aan de Waal bruist opeens van het tijdelijk leven. Lekker gegeten in de Meesterproef, lokaal gebrouwen oersoepjes geproefd en strakke concept-fietsen liefdevol gestreeld. Kortom, deelnemers waren in hun nopjes en onder de indruk. Binnen korte tijd zet een bruisende gemeenschap van startende ondernemers en artistiekelingen dit doodse, lange tijd volledig van de stad afgesloten gebied op de kaart van de young and happy. Een prachtige basis voor de verkoop en verhuur van later te ontwikkelen eengezinswoningen en appartementen.

Vorige week op studiereis met wethouders, ministeries en Neprom-leden naar Kopenhagen. Paper Island bezocht. Zelfde verhaal. Eilandje in het oude havengebied waar de papierfabriek vertrokken is en dat nu tijdelijk gevuld is met kleine bedrijfjes, waarbij de indoor street food market de grootste trekker is, die trendy Kopenhagen maar ook gewone smulpapen in groten getale naar het gebied lokt. Perfecte reclame voor de appartementencomplexen die over vijf jaar daar zullen verrijzen. Copenhagen Street Food zal tegen die tijd in een nieuw verouderd complex zijn neergestreken.

Perfecte reclame voor de appartementencomplexen die over vijf jaar daar zullen verrijzen. Copenhagen Street Food zal tegen die tijd in een nieuw verouderd complex zijn neergestreken.

Steeds vaker zie je professionele vastgoedpartijen trendy placemakers die de tijdgeest goed aanvoelen in de arm nemen om een zwaar verouderd terrein te vullen met innovatieve ondernemers en trendy bedoeninkjes om daarna, nadat de plek op ieders mental map gebrand is, te starten met de commerciële ontwikkeling waar het echte geld mee verdiend moet gaan worden.

Prachtig dat dit zo kan. Dat die gebieden er niet jarenlang nodeloos doods bij liggen, maar daadwerkelijk benut worden. Maar het roept wel de vraag op hoe je als ontwikkelaar ervoor zorgt dat je die pionierssfeer, die levendigheid en het bruisende van het vernieuwende en het alternatieve vast kunt houden in de volgende fase. Daar valt met elkaar nog heel wat te leren.

Jan Fokkema, directeur Neprom

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels