artikel

Leren van 2008

bouwbreed

Leren van 2008

De woningbouw lijkt uit het dal omhoog te krabbelen. Dat heeft alles te maken met het consumentenvertrouwen en de nog steeds aanwezige woningvraag. Hopelijk ontstaat er niet te snel ‘verhitting’, want de gedaalde prijzen (zowel in de voorraad als in de nieuwbouw) zijn natuurlijk een zegen voor kopers.

Dat ook de financieringsmogelijkheden beperkter zijn geworden is goed nieuws. De kredietverstrekkers van tien jaar geleden brouwden een gevaarlijke cocktail die gebaseerd was op een bedenkelijke vooronderstelling (uw huis wordt altijd meer waard).

Ander goed nieuws is dat de aanbieders van woningen niet meer zo gemakkelijk aan krediet kunnen komen. Ze zijn daarmee afhankelijk van de kopers en moeten zich aanpassen aan hun wensen (en geld). Particulier opdrachtgeverschap blijft daarmee kansrijk, ook in een aantrekkende markt.

Met de vraagzijde lijkt het dus wel goed te zitten: vertrouwen, eigen en geleend geld, consumentenmacht, keuzevrijheid. Maar hoe zit het met de aanbodzijde? Wat is daar veranderd? Corporaties zijn ‘terug in hun hok’: ze bouwen eigenlijk alleen nog een handjevol sociale huurwoningen. Ontwikkelaars zijn nagenoeg verdwenen en hebben zelf geen investeringsmiddelen. Bouwbedrijven zijn afwachtend en evenmin bereid met eigen geld te investeren.

De nieuwe investeerders (pensioenfondsen en internationale beleggers) waar minister Stef Blok op wacht, melden zich schoorvoetend. En natuurlijk alleen op de A1-locaties.

Van de macht van aanbieders op de woningmarkt is al met al niet zoveel over. En ook dat is goed nieuws, omdat de woningmarkt zou moeten gaan functioneren als een consumentenmarkt, waar de aanbieder de opdracht heeft het de vraagzijde naar de zin te maken.

Lenny Vulperhorst, Andersson Elffers Felix Utrecht 

l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels