artikel

Commentaar: Doorgaan

bouwbreed

De verlaging van het btw-tarief op de loonkosten bij onderhoud en verbouw van woningen stopt per 1 juli. De vraag is echter of de stimulering niet langer nodig is.

Wie de jongste cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) bekijkt, zal concluderen dat het eigenlijk niet meer nodig is. Naar aanleiding van de positieve economische berichten heeft ook het EIB de ramingen iets naar boven bijgesteld. In totaal wordt nu voor de bouw een groei geraamd van 3 procent in 2015 en in 2016.

In prijzen 2013 verwacht het EIB in 2016 een productie, exclusief interne leveringen, van 58,6 miljard. Dat lijkt een mooie groei vanaf de 54,3 miljard in 2013. Maar daarmee ligt de productie nog altijd zo’n 13 miljard onder het niveau van 2008.

Worden de cijfers van het EIB gedetailleerder bekeken, dan vallen twee zaken direct op. In de rubriek woningen was in 2013 nog sprake van een daling van herstel en verbouw van 7,8 procent. In 2014 werd ineens een plus van 6,5 procent genoteerd, met in 2015 nog eens 3 procent stijging. In 2016 verwacht het EIB nu 1 procent in deze categorie.

In het onderhoud aan woningen is iets vergelijkbaars zichtbaar. In 2013 was hier overigens ook al sprake van een stijging met 4,3 procent. Die is verder omhoog gegaan naar 5,5 procent om vervolgens af te vlakken naar 0 procent. In 2016 is naar verwachting sprake van een productiedaling met 2 procent. Daarmee is onderhoud aan woningen de enige categorie die in het rood zit. Conclusie is dat de btw-verlaging heeft gewerkt.

Vanuit de bouw is, zonder die cijfers te kennen, al gewaarschuwd voor de verwachte productiedaling. Het is dan ook geen wonder dat er een sterke lobby van onder meer Bouwend Nederland en Uneto-VNI is gestart voor het behoud van het lage btw-tarief. De EIB-cijfers geven aan dat de bouw die stimulering nog steeds hard nodig heeft.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels