artikel

Van Wetenschapsagenda tot bouwonderzoek

bouwbreed

Van Wetenschapsagenda tot bouwonderzoek

De indieningsdatum voor de Nationale Wetenschapsagenda is per 1 mei verstreken.

Er is een stortvloed van bijna 12.000 vragen ingediend. De bouw zal nu zien of zij kan concurreren op onderzoek en innovatie met alle andere sectoren in Nederland. Hoe we ons innovatief denken te ontwikkelen in het komende decennium. Tien jaar geleden zouden we niet meegedaan hebben omdat we te druk waren. Daarmee heeft de bouw geen plaats als ‘topgebied’ gekregen. Dat argument gold nu niet. De ontwikkeling van de wetenschapsagenda heeft verder zijn eigen verloop. Zie www.wetenschapsagenda.nl.

Ondertussen ligt er meteen een basis om een nationale bouwagenda op te stellen. De basis is ad hoc en snel samengesteld en verdient verdieping. In ieder geval worden acht domeinen onderscheiden: Slimme mobiliteit, Energie in de gebouwde omgeving, Smart construction, Smart cities, Circulaire economie en materiaalgebruik, Vergrijzing en wonen, Waterbeheer, en ‘Anders’, met onder meer vragen over ‘Gezond bouwen’. (De Grieken hadden al een lege tempel voor een onbekende god.) In het onbekende zit vaak veel toekomst. Mijn voorstel is om op de nu ingeslagen weg door te gaan met de ontwikkeling van een nationale onderzoeksagenda voor de bouw, met een actieve belangstelling van alle partijen in de bouw. Met het doel om de bouw zich als innovatief en veerkrachtig te laten ontwikkelen, meer dan zij nu is. Nationaal betekent met inbegrip van de opdrachtgevers, ontwerpers, ingenieurs, hoofdaannemers, onderaannemers, producenten, onderzoeksinstellingen als 3TU Bouw, HBO, TNO en overheidsinstanties. Een proces dat openbaar wordt gevoerd, met betrokkenheid van allen. Ook al zou de respons van de wetenschapsagenda tegenvallen, dan is er in ieder geval een positieve ‘flow’ voor nationaal bouwonderzoek tot stand gekomen. Met een grote strategische richting voor de toekomst, waarop de gehele branche zich kan richten. En waarop individuele bedrijven en instellingen hun eigen variaties kunnen maken. Die flow dient ook naar het publiek uitgestraald te worden.

Mick Eekhout

Emeritus hoogleraar productontwikkeling TU Delft  

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels