artikel

Ten onrechte bouwvergunning geweigerd

bouwbreed

Ten onrechte bouwvergunning geweigerd

Als door het bevoegd gezag ten onrechte een bepaald besluit is genomen in het kader van de verlening van de vergunning, kan de vraag rijzen of de gemeente aansprakelijk is jegens benadeelde partijen.

Rond de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor deze besluiten spelen vaak juridische leerstukken als formele rechtskracht, causaliteit en relativiteit een rol. In een recent gepubliceerde uitspraak (Rb. Den Haag 29 april 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:5298) was de vraag aan de orde of de gemeente aansprakelijk was voor het ten onrechte weigeren van een bouwvergunning. Twee van de genoemde leerstukken waren van belang.

In deze zaak was niet in geschil dat de gemeente ten onrechte begin 2009 de bouwvergunning fase I had geweigerd. Dit is komen vast te staan na een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nadat van rechtswege de bouwvergunning fase I is verleend, is de bouwvergunning fase II echter nooit aangevraagd.

Een van de eisende partijen was niet opgekomen tegen de afwijzing van de bouwvergunning fase I, terwijl de bestuursrechtelijke rechtsgang voor haar wel openstond. Dit betekent dat het besluit jegens deze partij formele rechtskracht heeft gekregen en dat de rechtbank haar niet-ontvankelijk verklaart.

De wel ontvankelijke eisende partijen en de gemeente twisten over de vraag of er causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige weigering en de door eisers gestelde schade. De discussie spitste zich toe op de bouwvergunning fase II. Die was immers nodig om een onherroepelijke bouwvergunning te krijgen. Volgens eisers was de verlening van de bouwvergunning fase II een formaliteit. De gemeente heeft dit gemotiveerd bestreden, gesteld dat er een eigen toetsingskader gold voor fase II en voorts omstandigheden aangevoerd die ertoe leiden dat niet kan worden aangenomen dat een bouwvergunning fase II zou zijn aangevraagd en verkregen. Omdat er niet van kan worden uitgegaan dat, zonder de onrechtmatige weigering, de bouwvergunning fase II zou zijn verleend, is er volgens de rechtbank geen causaal verband tussen de weigering en de schade. De vorderingen van eisers worden daarom door de rechtbank afgewezen.

Hugo Strang, juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels