artikel

Blog: Huis van de toekomst

bouwbreed

Blog: Huis van de toekomst

Deze blog wordt een pleidooi (en het begin van een persoonlijke campagne als ik niet uitkijk) voor het maken van een nieuw huis van de toekomst in Nederland. Een huis waarin we kunnen zien hoe we in de toekomst kunnen gaan wonen. Waar alle uitvinders hun bedenksels kunnen laten zien die de gewone man kan uitproberen.

Niets schuifelen langs late Rembrandts of in de rij bij Walibi. Nee, kijk je ogen uit in het huis van de toekomst! Kijken met de opvolger van Google Glass, kijken naar Barcelona-Juventus alsof je erbij bent, maar dan zittend in een massagestoel die gevoed wordt door energieopwekkende daken of een Tesla-batterij – alles is te zien en uit te proberen. Hoe we bij dat huis komen? Bij de oprijlaan instappen in een zelfrijdende, elektrische auto.

Elke generatie is opgegroeid met woonvisioenen. Veel Nederlanders zullen aan Chriet Titulaer denken met zijn wondere wereld. Hij kreeg het voor elkaar: de bouw van het huis van de toekomst. In 1969 kwam het in Rosmalen te staan, met Intervam als bouwer.

 


Ik kan me een televisie-uitzending herinneren waarin Titulaer himself in de badkamer van het huis naar het glazen dak riep: ‘Dak open’, en het dak zich dus opende. Fantastisch. Het doet me ook denken aan de tijd dat ik als klein jongetje in het Evoluon in Eindhoven – u weet wel: die vliegende schotel – rondliep. Een mevrouw stuiterde met een balletje, deed het bolletje in een Tita Tovenaarachtige vloeistof, liet de bal daarna op de grond vallen, en de bal viel uiteen in duizenden stukjes. Magie.

  

Plasrouteverlichting

Alle herinneringen borrelden op toen ik mijn boekenkast onlangs probeerde op te ruimen. Chriet Titulaer stond erin. Ik had in 2007 al een keer een verhaal geschreven over het huis van de toekomst. Voor dat stukje bracht ik een bezoekje aan het House of the Future, vlakbij de Amsterdam Arena. Ik was de enige bezoeker en werd rondgeleid. Ik vond het niets. Grote beeldschermen (had je ook bij Mediamarkt), gordijnen die automatisch dichtgaan (gaap). Wel vond ik de “automatische plasrouteverlichting” (lichten die langs de grond met je meelopen ) kansrijk. Mijn schoonouders hebben hun trap inmiddels ermee versierd.

Mooier vond ik de woonvisioenen uit de jaren tachtig in de Verenigde Staten. Geen showrooms met gadgets uit de winkel, maar prenatale bedenksels, vers uit de hoofden van de Amerikaanse Willie Wortels. Kijk bijvoorbeeld eens naar een filmpje met Walter Cronkite (die stem herkent u vast nog) die opblaasbare fauteuils aankondigt (alleen leuk voor strandhuisjes, weten we inmiddels).

Robotjes

Titulaer werd geïnspireerd door een huis van de toekomst dat in 1979 in Florida verrees: Xanadu. Dit huis was een opvallend architectonisch bouwwerk, dat veel weg had van een verzameling enorme paddenstoelen. Binnen waren onder andere robotjes te bekijken, kon men met een timer het bad op een bepaalde temperatuur vol laten lopen, en het vuur onder het avondmaal op een bepaalde tijd automatisch laten ontsteken.

Ik geef toe, ik houd van gadgets. Ik was een van de eerste die in de trein op zijn iPhone de krant las, terwijl de rest van de trein de stapels met Spits, Metro, Dag en De Pers uitploos. Ook bestelde ik direct de Nest toen die vorig jaar op de Nederlandse markt kwam. De zelfdenkende thermostaat leert wanneer de HR-ketel aan moet aan de hand van mijn leefgedrag. Kom ik elke dag om 7 uur uit bed? En was het acht graden vannacht? Dan begint de Nest te rekenen wanneer de ketel moet opstarten. Scheelt weer energie en dus geld.

Vraag me niet hoe zo’n huis van de toekomst er precies uit moet zien. Makkelijkste antwoord: het beste uit meerdere werelden. Sectoroverstijgend, zoals het heet met een lelijk woord. Autobedrijven (zelfrijdende elektrische auto’s), bouwbedrijven (energieleverende woningen), media- en telecomsector (mediagebruik in de toekomst) interieurontwerpers (tiny houses), zeg het maar. Alles kan. Als het maar magisch is en een beetje kansrijk. Ja, de solar tubes en de tuinkamer van Prêt-à-Loger mogen er ook in. Graag zelfs. En nee, we praten dus niet over allerlei slimme woningen waarin bejaarden de gordijnen niet zelf meer dicht hoeven te doen en hun dokter op hun schermpje kunnen spreken (dat is ook leuk, maar vooral nuttig). Robots zijn wel weer leuk.

Het moet kunnen om dit voor elkaar te krijgen, toch? Aan de slag wat mij betreft. Het publiek is toe aan een teletijdmachine van professor Barabas. Flits!

 

P.S.

Terwijl ik dit stukje thuis schrijf, test ik of ik Chriet Titulaer kan imiteren. Ik zeg tegen mijn iPhone dat hij Nest een half graadje warmer moet zetten.

Een tegenvaller.

“Dat is jouw mening”, krijg ik terug te horen van Siri, de computerstem van mijn telefoon.

Ok, misschien moet ik beter articuleren. Of was nest een scheldwoord?  

“He, Siri. Zet Nest een half graadje warmer.”

Nest wordt opgestart. Wow.

Maar verder gebeurt er niets. De temperatuur moet ik toch echt zelf op het beeldschermpje verzetten.

Maar wel vanaf mij luie (werk)stoel. Eat your heart out, Chriet! Ik leef al een beetje in het huis van de toekomst.

 



Marc Doodeman, redacteur economie bij Cobouw  

Schrijft over innovatie, corporaties, woningmarkt, financiering en duurzaamheid.

Contact: telefoon: 070 304 6785,  e-mail: m.doodeman@cobouw.nl, twitter: @marcdoodeman

Reageer op deze blog hieronder, of via Twitter: @marcdoodeman of @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels