artikel

Suburbanisatie nog steeds belangrijk

bouwbreed

Suburbanisatie nog steeds belangrijk

Uit onverdachte hoek verscheen recentelijk een studie die een weerwoord geeft op de onmetelijke stroom berichten dat alle woningbouw in het binnenstedelijke gebied moet en kan worden opgevangen.

Op degelijke en zeer gedetailleerde wijze worden heel nauwkeurig patronen van verhuizingen en relaties in kaart gebracht, zowel van ondernemingen als privépersonen. Dat alles leidt tot een analyse van deze patronen en verwachtingen voor de ruimtelijke gevolgen. Het onderzoek (klik hier voor meer informatie) vond plaats in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en zou een bijdrage moeten zijn aan de discussie over de opgaven van het meso-niveau.

Wat kort door de bocht: wat moeten we in dit licht aan met de provincie? Concrete ‘structuurantwoorden’ zijn in de studie niet te vinden. Gelukkig maar, want dooddoeners zijn er op dat gebied al genoeg. Professor dr. P. Tordoir en Regioplan, samen verantwoordelijk voor de studie, wijzen op de veelheid van schalen, schetsen de interventienoodzaak op diverse schalen en laten het antwoord op de vraag of de huidige provincies dat aankunnen, aan een vervolgonderzoek.

Maar door dit onderzoek ligt er een schat aan materiaal op tafel die in een veelheid van figuren in beeld brengt hoe de diverse stromen en patronen zich ontwikkelen. Uitgesplitst naar stedelijke gebieden, stadsagglomeraties en de interacties tussen die steden en agglomeraties. Uitgesplitst ook naar productiewerk, informatiewerk en verzorgend werk. Met elk hun specifieke kenmerken ten opzichte van de stad. Er wordt een begrijpelijke maar voor het eerst ook onderbouwde samenhang in kaart gebracht die het patroon toont dat werken in productiewerk verschuift naar het perifere zuiden en oosten van het land. Dat de interacties bij kantoorwerk zich meer in agglomeratieverband afspelen en de verzorgende sector zich lokaal manifesteert. Maar ook hoe daarin hoogopgeleiden en mbo’ers zich anders manifesteren. En tenslotte dat dat ook naar levensfase weer tot andere uitkomsten leidt. Citaat: “De meeste verhuizingen van bedrijven en veel verhuizingen van mensen vinden binnen dagelijkse systemen plaats, bijvoorbeeld van een centrumstad naar een randgemeente.”

Verhuisstromen

Ook Tordoir en Regioplan zien de trek van met name jongeren naar de stad. Maar ze wijzen ook op andere ontwikkelingen: “Het belang van de interstedelijke verhuisstromen voor vooral de jongere en hoger opgeleide groepen laat niet onverlet dat voor andere groepen, waaronder veel gezinnen, verhuizingen zich vooral binnen stadsgewestelijke kaders afspelen. In stadsgewestelijke kaders is en blijft sprake van sterke samenhang in dagelijkse markten voor arbeid en voorzieningen (…) en speelt de klassieke migratie van stad naar suburb nog altijd een grote rol.”

De schrijvers benadrukken dat zowel (Nederlandse) bedrijven als personen zich veelal binnen hun stadsgewest verplaatsen. Verplaatsing van het hoofdkantoor van Philips naar Amsterdam is een grote uitzondering. Het overgrote deel van de verplaatsing van bedrijven vindt plaats in stadsregionaal verband, van de centrale stad naar een suburbane gemeente of andersom. Maar dat geldt ook voor de verplaatsing van huishoudens. Als de grote sprong van een jongere naar de stad eenmaal heeft plaatsgevonden, is er daarna een zekere honkvastheid binnen de grenzen van het stadsgewest. Citaat: “Die suburbanisatie betreft voor een deel beginnende gezinnen maar voor een groter deel bestaande gezinnen met opgroeiende kinderen. Als de kinderen na verloop van de jaren uiteindelijk het huis uitvliegen en de empty nesters gaan verhuizen (…) –doen ze dat in verreweg de meeste gevallen naar de eigen ‘centrumstad’. Aldus blijft het stadsgewest waar de gemiddelde jongvolwassen Nederlander na de opleiding en het vinden van een levenspartner eenmaal is neergestreken voor de meesten de primaire leefomgeving voor zowel het verdere gezinsleven als de oude dag.”

Een fris tegengeluid, goed beargumenteerd tegen de evangelisten die beweren dat de stad de oplossing is voor alles. Belangrijk materiaal ook voor alle provinciebestuurders die bezig zijn een nieuw college van GS te formeren en/of aan het begin staan van een nieuwe beleidsperiode.

Jos Feijtel, voormalig gemeentebestuurder

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels