artikel

Stedelijke netwerken zorgen voor premie

bouwbreed

Stedelijke netwerken zorgen voor premie

Welk stad groeit economisch het hardst? Zijn dat grote steden of juist middelgrote en kleine steden? Is de vaak zo bejubelde economische groeikracht van grote steden in ons land ergens op gebaseerd? En wat heeft dat voor consequenties voor investeerders, werkzoekenden, kennisinstellingen en overheid? En voor de Agenda Stad?

Het denken over agglomeratievoordelen is in de loop van de tijd veranderd. In de tijd van industriële massaproductie ging het vooral om schaalvoordelen. Grote steden hadden grote industrieën veel te bieden: hoe meer inwoners, hoe meer arbeid, des te lager de kosten. In plaats van schaal en specialisatie draait het in de huidige creatieve kenniseconomie om synergie en combinatie. Niet de omvang maar vooral de samenstelling van de plaatselijke economie is daardoor van wezenlijk belang voor de groei. Gerelateerde variëteit is daarvoor van groot belang, oftewel de aanwezigheid van economische activiteiten die zich goed en gemakkelijk met elkaar laten combineren. Connectiviteit en complementariteit van stedelijke netwerken leiden wel degelijk tot meer werkgelegenheid en toegevoegde economische waarde.

Traditioneel zijn er evidente redenen waarom de groei van werkgelegenheid en productie in grote steden hoger zouden moeten zijn dan in kleinere steden. In grote steden bestaat nu eenmaal meer concurrentie om arbeidskrachten en grond, waardoor de prijzen er weliswaar hoger zijn maar hogere opbrengsten tegenover staan. Met hogere productiviteit in grote steden als gevolg. Bovendien weten grote steden steeds meer functies en bevolking aan zich te binden. Ook dat telt. Zo trekken grote steden kennis en kennismigranten aan. De mobiliteit van productiefactoren leidt tot een continue relocatie van kapitaal en arbeid, waarbij grote steden vaker de ontvangende partij zijn vanwege de hogere economische groei.

Kortom, allemaal gunstige voorwaarden voor economische groei in grote steden. Althans, zo lijkt het. Want uit onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat er helemaal geen statistisch verband bestaat tussen de bevolkingsomvang of -dichtheid en economische groei van steden. Het ontbreken van zo’n verband gaat op voor stedelijke regio’s in Europa en Nederland. Alle theorie over agglomeratiewerking ten spijt vindt economische groei plaats in een wijde “range” van middelgrote en zelfs kleine stedelijke regio’s. Aan hoogstedelijke agglomeraties blijken niet alleen voordelen te kleven maar ook nadelen, zoals hoge kosten voor huisvesting en transport, luchtvervuiling en lawaai. Zij temperen daar economische groei.

Aardgaswinning

Qua grootte kunnen Nederlandse steden de vergelijking met Londen en Parijs niet doorstaan. Zorgwekkender is dat zij volgens de OESO (Organisation for Economic Co-operation and Development) ook qua niveau en groei van productiviteit achterblijven. De OESO concludeert dat de agglomeratie-effecten in Nederland beperkt zijn. Het Centraal Planbureau heeft deze uitkomsten recent genuanceerd door erop te wijzen dat het verschil tussen grote steden in ons land en de overige steden niet zo groot is als de OESO veronderstelt. Een verklaring komt wellicht voort uit de productiviteit van de aardgaswinning in het perifeer gelegen Groningen. Zo blijken de economische effect en van Nederlandse steden wel aardig overeen te komen met het beeld in andere Europese landen. Door het polycentrische karakter van stedelijk Nederland worden die effecten bovendien verdeeld over verschillende steden. Dat er weinig verschil in productiviteit is tussen grote en middelgrote steden in Nederland zegt meer over de sterkte van middelgrote steden dan over de zwakte van grote steden. Overigens is dit geringe verschil typerend voor welvarende landen. Hoge stedelijk economische groei komt vooral voor in landen die hun achterstand in welvaart aan het inhalen zijn. Zulke ‘catching-up countries’ ligge n vooral in Oost-Europa.

De Nederlandse stad vormt economisch gezien een concentratie van dilemma’s en oplossingen. Hoe daar als stedelijk bestuur mee om te gaan? Welnu door samen te werken op basis van (bestuurlijke) vrijwilligheid, gebruikmakend van elkaars kwaliteiten en capaciteiten, concurrerend op basis van economische expertise en specifieke locaties vormen belangrijke bouwstenen voor verdere groei en specialisatie. Met andere woorden: een gezonde toekomst voor steden, mits daar ook in bestuurlijke zin een nieuwe samenwerkingsvorm wordt ontwikkeld, zou moeten worden geschraagd door stimulerend beleid dat altijd een afweging vergt van potenties en behoeften. Economische groei zal op basis van een eigen en authentiek stedelijk profiel kunnen floreren. Een stad of een stedelijk netwerk kan op die manier goed concurreren waarbij innovatie en economische groei hand in hand gaan. Het faciliteren en stimuleren van economische activiteiten past daar nadrukkelijk in. Steden kunnen ook sociale of groene ‘hotspots’ zijn, maar gelijktijdig zal voorkomen moeten worden dat in steden een toenemende kloof tussen kansrijken en kansarmen ontstaat. In beleidsmatig opzicht kan coalitievorming, bijvoorbeeld op regionaal of (stads)gewestelijk niveau, waarbij zowel publieke als private stakeholders een actieve rol vervullen, leiden tot versterking van de eigen netwerkkracht. Dat betekent gezamenlijke verantwoordelijkheid en regievoering, anders werkt het niet. Economische groei en bevolkingsgroei mogen daarbij niet ten koste gaan van de leefbaarheid.

Samenwerken

Steden kunnen de motor zijn van economische groei die vooral in netwerkverband wordt gerealiseerd. Meer massa in de stad levert echter weinig op. Stadsbestuurders moeten dan ook niet denken dat zij op eigen kracht de economie kunnen stimuleren. Samenwerken is een vereiste om te komen tot een goed functionerend stedelijk netwerk. Een gezamenlijke agenda en aanpak zullen dat zeker stimuleren. Niet alleen in ons land met de Agenda Stad maar ook in Europees verband met de Urban Agenda.

Prof. dr Oedzge Atzema, Rijksuniversiteit Utrecht

Drs. Robbert Coops, Winkelman Van Hessen en drs. Mark Frequin, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Dit artikel vormt een vervolg op eerdere bijdragen in Cobouw over de Agenda Stad van 16 oktober 2014 en 23 januari en 20 maart 2015

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels