artikel

Staatssteun bij verkoop vastgoed van het Rijk?

bouwbreed

Onlangs heeft minister Blok bekendgemaakt te zullen onderzoeken op welke wijze hij leegstaand vastgoed van het Rijk het best van de hand kan doen.

De minister heeft het verzoek vanuit het parlement gekregen om bij de verkoop rekening te houden met maatschappelij ke overwegingen en niet alleen de prijs bepalend te laten zijn. Dat is een concept dat in het aanbestedingsrecht onder emvi bekend staat: andere criteria dan alleen prijs mee laten tellen. In het aanbestedingsrecht is het stellen van sociale en duurzame criteria door de overheid niet alleen mogelijk, maar zelfs onder omstandigheden vereist. Daar zijn verschillende methoden voor, van WFS en VFM tot gunnen op waarde. Idealiter zouden die methoden ook gebruikt kunnen worden met extra criteria voor het af te stoten vastgoed van het Rijk: de nieuwe bestemming, de voorgestelde herinrichting, de wijze van gebruik etc. Met emvi gaan naast prijs andere factoren een rol spelen. Dat heeft als mogelijke consequentie dat de aanbieding met de beste prijs niet wint, ofwel dat het Rijk minder voor het vastgoed krijgt dan de beste prijs aanbieding. Op zich is dat niet erg en zelfs de bedoeling van de voorstellen. Maar hier gaat het om verkoop en niet om aankoop door de overheid en dan zou er wel eens een addertje onder het gras kunnen zitten.

Nederlandse of Europese regels voor de verkoop van overheidseigendommen bestaan niet. Het EU Werkingsverdrag bepaalt in art. 345 dat de regeling van het eigendomsrecht in de lidstaten door de verdragen onverlet wordt gelaten. Toch bevat het verdrag wel degelijk een beperking van de discretionaire ruimte van overheden bij de verkoop van eigendommen van de overheid, via het verbod op staatssteun. Staatssteun is ieder financieel voordeel in welke vorm dan ook. Staatssteunregels zijn gericht op het voorkomen van vervalsing van de mededinging door begunstiging – met staatsmiddelen bekostigd – van bepaalde ondernemingen. Is het puur financiële verschil tussen het beste bod en het via emvi geaccepteerde bod een financieel voordeel voor de winnaar en dus staatssteun?

Een onderzoek naar de toepasbaarheid van emvi bij verkoop kent twee mogelijke uitkomsten. Enerzijds kan een potentiële koper die op basis van een aanbieding met inhoudelijke criteria wint, maar minder betaalt voor het vastgoed, de kans krijgen om uit te leggen dat hij de ‘extra prijs’ toch betaalt door de inhoudelijke aanbieding. Dat kan gezien worden als een teken van de bereidheid om de sociale markteconomie te realiseren waarop de EU sinds 2009 juridisch gestoeld is. Anderzijds zou het onderzoek kunnen aantonen dat ‘maatschappelijke waarde’ op objectieve wijze in financiële termen uitdrukken onmogelijk is. Een dergelijke uitkomst zou ook dat onderdeel van het aanbestedingsrecht in een ander licht zetten.

Als de minister deze juridische ontdekkingsreis uit de weg wil gaan heeft hij ook andere mogelijkheden. Zo kan hij de klassieke benadering van gunnen aan de hoogste bieder toepassen. Het extra geld dat hiermee wordt binnengehaald (ten opzichte van een emvi-verkoop) zou dan in andere sociale activiteiten kunnen worden geïnvesteerd. In de praktijk overigens nogal lastig om te bepalen hoeveel extra geld hij dan binnenhaalt, omdat je vastgoed nu eenmaal niet tegelijkertijd op twee manieren kunt verkopen.

Weer een andere mogelijkheid is via wijziging van de bestemming de beoogde sociale inzet van het vastgoed regelen en pas daarna verkopen voor de hoogste prijs (binnen die nieuw vastgestelde bestemming). Ook dat is niet eenvoudig: omdat het Rijk dan zelf de nieuwe bestemming vaststelt, vindt er geen concurrentie op creatieve ideeën plaats.

Maar ook de eerste ingeving – verkopen met emvi – is niet zonder risico’s voor het Rijk. Zeker achteraf kunnen we dan zien wat het Rijk over heeft voor een inzet van het vastgoed als broedplaats voor kunstenaars tegenover studentenhuisvesting of een wijkcentrum. Expliciet weergeven van waardering van dergelijke opties in geld kan en zal maatschappelijke discussie opleveren. Wie durft die waardering te geven?

Elisabetta Manunza, Jan Telgen

Resp. hoogleraar internationaal en Europees aanbestedingsrecht Universiteit Utrecht en hoogleraar besliskunde en inkoopmanagement Universiteit Twente, beiden verbonden aan het Public Procurement Research Centre (www.pprc.eu)

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels