artikel

Organische gebiedsontwikkeling

bouwbreed

Organische gebiedsontwikkeling

Omdat gebiedsontwikkelingen doorgaans een lang verloop kennen, wordt er met enige regelmaat ingezet op een zogenoemde organische gebiedsontwikkeling. Maar is dat wel mogelijk als een bestemmingsplan een looptijd van slechts 10 jaar kent?

Deze vraag kan nu vrij eenvoudig worden beantwoord: nee. De Wet op de ruimtelijke ordening staat dat niet toe. De wetgever heeft dat onder ogen gezien. In het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (artikel 7c, lid 9, onder a, sub 2) is voorzien in een zogenoemd experiment op grond waarvan voor een aantal specifiek genoemde projecten kan worden afgeweken van de tienjaartermijn (namelijk twintig jaar). Daarbij hoeft de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan niet te worden aangetoond. Dit experiment is in de Crisis- en herstelwet opgenomen in het kader van het wetsvoorstel Omgevingswet dat sinds vorig jaar in behandeling is bij de Tweede Kamer.

Visie

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Omgevingswet (Kamerstukken II 2013/14, 33 962, nr. 3, p. 275/276) staat het volgende over organische gebiedsontwikkeling: “Bij organische gebiedsontwikkeling ontwikkelen gebieden en plaatsen zich zonder exact vastgelegd eindbeeld, maar wel met een gewenste ontwikkelrichting op basis van een visie voor een gebied. Die visie kan zijn neergelegd in een gebiedsprogramma of de gemeentelijke omgevingsvisie. Organische gebiedsontwikkeling pretendeert niet alle mogelijke ontwikkelinitiatieven en hun (on)wenselijkheden te kunnen voorzien. Het is een planvorm waarbij geen star eindbeeld wordt vastgelegd, maar verschillende invullingen, uitvoeringen en inrichtingen mogelijk worden gemaakt.” Organische gebiedsontwikkeling kan, aldus in de memorie van toelichting, worden gestimuleerd via ‘uitnodigingsplanologie’. Dit houdt in dat er vooraf wel sprake is van een globaal plan waarmee zekerheid wordt verschaft en op hoofdlijnen inzicht in de grondexploitatie wordt geboden. Er blijft echter veel vrijheid voor burgers en bedrijven voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. Belangrijk is dat er een juiste balans ontstaat tussen het bieden van vrijheid enerzijds en de behoefte aan voorspelbaarheid en (rechts)zekerheid anderzijds.

Over deze nieuwe instrumenten en de mogelijkheden van het huidige instrumentarium in de wet organiseert het IBR een cursus op 18 mei. Het theoretische kader wordt duidelijke uitgelegd en beproefd met sprekende cases in de middag. Inschrijving is nog mogelijk via de website.



Regina Koning, senior juridisch medewerker Instituut voor Bouwrecht

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of via Twitter op @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels