artikel

Innovatiegericht inkopen kan op vele manieren

bouwbreed

Innovatiegericht inkopen kan op vele manieren

De overheid streeft ernaar jaarlijks 2,5 procent van haar inkoopbudget in te zetten voor innovatie. Aangezien zij jaarlijks voor ruim 60 miljard euro inkoopt, betekent dit een innovatiebudget van meer dan 1,5 miljard euro.

Om bovenstaand getal in perspectief te plaatsen: voor cultuur wordt jaarlijks 700 miljoen euro begroot en voor bijvoorbeeld het Provinciefonds 1,0 miljard euro. Er is dus veel financiële ruimte voor innovatiegericht inkopen. Toch staan de meeste overheden er niet om bekend dat zij hier goed in zijn. Zij zijn vaak risicomijdend. Nog steeds is de laagste prijs regelmatig het doorslaggevende gunningscriterium. En overheden moeten zich houden aan de Aanbestedingswet die nog vaak als belemmerend voor innovatie wordt ervaren. Dat dat niet zo hoeft te zijn, zal blijken als we enkele toegestane mogelijkheden voor het inkopen van innovaties kort toelichten.

Frits van Oostrom, faculteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht, benadrukt het belang van het motto dat Amerikaanse studenten wordt ingeprent: “ Don’t invent – connect ”. Veel uitvindingen zijn immers ‘vindingen’ van iets dat elders bestaat en bruikbaar is gebleken. Dit benadrukt het belang van selectieve of brede marktconsultaties om ideeën te verkennen en te genereren en te spreken over de wijze waarop innovaties ingekocht kunnen worden. Daarnaast kan een ‘loket eigen initiatief’ worden geopend, waar ongevraagde voorstellen voor nieuwe inkooptrajecten kunnen worden ingediend.

Voor daadwerkelijke (voorbereidende) inkooptrajecten kan enerzijds gebruik worden gemaakt van innovatieve inkoopprocedures, zoals prijsvragen, concurrentiegerichte dialogen (voor complexe en moeilijk te definiëren opdrachten) en precommerciële inkoop. Anderzijds zijn binnen zowel ‘traditionele’ als innovatieve inkoopprocedures meer inkooptechnieken bruikbaar die innovatie stimuleren. Denk daarbij onder andere aan functionele specificaties, geen overspecificaties, varianten toestaan, ‘ademende’ contracten en gunningscriteria gericht op doorontwikkeling tijdens de contractuitvoering. Resultaatcontracten (ook bekend als waardecontracten) zijn in dit kader ook interessant. Dit houdt in dat contracten met innovatieve leveranciers alleen gericht zijn op wat bereikt moet worden en hoe wordt samengewerkt. Hoe het eindresultaat tot stand komt wordt niet vastgelegd, waardoor ruimte voor innovatie ontstaat.

Voor doorontwikkeling tijdens de contractuitvoering is gericht contractmanagement van belang. Bijvoorbeeld door meer aandacht te geven aan het sociaalcontract dat opdrachtgevers aangaan met innovatieve leveranciers. Dit betreft onder andere omgangsregels en wederzijdse verwachtingen die normaliter onuitgesproken blijven. Het helpt om dit bij aanvang van de contractuitvoering expliciet te bespreken en eventueel kort vast te leggen. Dit bevordert onderlinge samenwerking en geeft ook innovatieruimte.

Tot slot wordt met de nieuwe Aanbestedingswet, waarvan de inwerkingtreding is gepland in april 2016, de procedure Innovatiepartnerschap geïntroduceerd. Deze procedure is bruikbaar voor inkopen van innovaties. Door middel van onderhandelingen met een of meer leveranciers is onder bepaalde voorwaarden naar definitieve offertes toe te werken. Van deze procedure wordt veel verwacht, maar zij kent wel een aantal voorwaarden en beperkingen. De vraag is dan ook, hoe pakt de toepassing ervan uit?

Voor alle inkoopprocedures en -technieken geldt uiteindelijk dat voor het actief op zoek gaan naar innovaties risicobereidheid én inkoopprofessionaliteit nodig zijn.

Fredo Schotanus, universitair docent publieke inkoop en zorginkoop aan de Universiteit Twente, senior consultant bij Significant en verbonden aan het Public Procurement Research Centre (www.pprc.eu).

Hier vind je meer informatie over innovatiegericht inkopen

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels