artikel

Emvi remt innovatie

bouwbreed

Emvi remt innovatie

Met de komst van de nieuwe Aanbestedingswet in 2012 leken we met het begrip economisch meest voordelige inschrijving (emvi) eindelijk een wettelijk verantwoord alternatief te hebben voor de ‘platte prijsconcurrentie’.

Met emvi hebben opdrachtgevers de mogelijkheid om kennis, kunde én innovatieve oplossingen van de inschrijvende partij hoger te waarderen dan de prijs. Nu, ruim twee jaar verder, moeten we toch met z’n allen constateren dat door de wijze waarop emvi wordt toegepast, het uiteindelijk toch nog steeds om de laagste prijs draait.

Objectief gezien is het principe van emvi een prima ontwikkeling. Maar in de praktijk zien we vaak dat opdrachtgevers met hun vraag alles al dichttimmeren waardoor er nog nauwelijks ruimte is om met innovatieve oplossingen te komen. In veel gevallen blijft door de aard van de meeste emvi-processen de prijs uiteindelijk toch de allesbepalende factor. Dit wetende richten aanbiedende partijen zich noodgedwongen maximaal op de prijs gerelateerde weging. En niet zelden kiezen zij daarbij vervolgens voor de goedkoopste oplossing in plaats van de beste oplossing voor de klant. Hiermee schiet de emvi natuurlijk zijn doel grotendeels voorbij.

Het moet anders en laten we het daarbij vooral simpel houden. Via een eenvoudig keuzeproces en een concurrentiegerichte dialoog kiest de opdrachtgever de partij waarmee hij het uiteindelijke proces ingaat. En natuurlijk moeten onder andere de randvoorwaarden en procesafspraken op de juiste manier worden geborgd. Maar door deze vorm van aanbesteden heeft de ondernemer eerder zekerheid tegen minder tenderkosten en creëert de opdrachtgever ruimte voor échte innovaties en daarmee een beter eindproduct. Laten we met elkaar goede voorbeelden uitwisselen en zorgen dat de emvi innovaties niet langer remt maar juist stimuleert.

Bart Hendriks, algemeen directeur Hendriks Coppelmans Bouwgroep

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels