artikel

Geklaag over lage prijs

bouwbreed

Geklaag over lage prijs

De problemen bij Ballast Nedam hebben het debat heropend over de vraag wiens schuld het is dat bedrijven door een te lage inschrijfprijs in de moeilijkheden komen.

Voor bouwondernemers en hun (geleerde) vrienden is er maar een boosdoener en dat is de publieke opdrachtgever die voor de laagste prijs gaat en aan het contract vasthoudt. Schande, roepen ze. Maar hoe terecht is dat geklaag? De aanpak van de A15 gebeurt op basis van een dbfm-contract (design, build, finance and maintain) waarbij het consortium verantwoordelijk is voor ontwerp, bouw, financiering en onderhoud van het project. Deze contractvorm is er mede gekomen omdat bouwbedrijven meer verantwoordelijkheid voor een project willen nemen; de lobby daarvoor begon al in de jaren ’90 van de vorige eeuw. In het project Flipje betoogde de top van de Nederlandse bouw toen dat grote projecten als de HSL en de Betuweroute zouden moeten worden uitgevoerd als (laten we maar zeggen) B+ projecten. Meer verantwoordelijkheid voor het ontwerp. Natuurlijk ook voor het onderhoud. En als het nodig is voor de financiering.

Intussen zijn we twintig jaar verder en zou je verwachten dat bedrijven intussen weten hoe ze dit soort projecten moeten doordenken en beprijzen. Immers, als bedrijven de film van het project snappen en (als er turbulentie is in de omgeving of in de ondergrond) van filmscript 1 op 2 kunnen overstappen, dan kunnen ze zo’n project begroten. Optimaliseren kunnen ze volop door slim te ontwerpen en een goede balans te vinden tussen levenscyclus en onderhoudsverplichting. Dat is natuurlijk topsport. Maar bouwers en hun vrienden houden in hun hart van recht-toe-recht-aan voetbal. Als dat misgaat, ligt het altijd aan het veld, de scheidsrechter, de bal of de tegenstander. En die houding is het echte probleem.

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels