artikel

Ingezonden: Energielabel als Egyptisch rijbewijs

bouwbreed

“Help het energielabel een succes te worden.” Daartoe roepen Joris Thijssen, Tjerk Wagenaar en Teun Bokhoven de lezer op in Cobouw van 10 februari 2015. Met de strekking van hun artikel ben ik het graag eens. Dat laat echter onverlet dat mooie doelen niet elk middel rechtvaardigen. Het energielabelbeleid van het Rijk is amateuristisch. En dat moet niet worden verzwegen.

De bedoelingen van de bepaling van energielabels zijn goed: het past in Europees beleid en in het Energieakkoord. Deze mooie beleidsdoelen zijn uitgewerkt in een energielabelbeleid dat tal van gebreken vertoont:

• De voorlopige bepaling van het energielabel blijkt te zijn gebaseerd op onvolledige en onjuiste gegevens. De lage waardering (vaak F of G) is veelal niet serieus te nemen. Een methodologische verantwoording ontbreekt.

• De bepaling van het definitieve label op basis van tien kenmerken is niet gevalideerd.

• In de praktijk is het vaak onmogelijk om bewijsmateriaal te produceren. Bovendien is deze aanpak zeer fraudegevoelig.

• Het is onverantwoord dat iemand een energielabel controleert zonder het pand ooit te hebben gezien.

• Wie geen definitief label kan overleggen, riskeert een boete van 400 euro. Dat schrikt niemand af.

• Voor de koper of de huurder levert het energielabel geen consumentenbescherming op.

Toegegeven, het energielabel voldoet aan enkele belangrijke eisen: de kosten zijn laag, er wordt bij de transactie van de woning nauwelijks een extra barrière opgeworpen. Voorts is het denkbaar dat deze nieuwe beleidslijn leidt tot leerprocessen bij de koper/verkoper over vragen als: wat is een energielabel van een woning eigenlijk? Wat betekenen scores als A en G? Hoe zouden de energieprestaties kunnen worden verbeterd?

Spelletje

Daar staat tegenover dat nagenoeg niemand dit beleid serieus neemt. Betrokkenen beschouwen het energielabel als een spelletje. Het definitieve energielabel heeft de status dat destijds het Egyptisch rijbewijs had: een flauwekuldocument. Afwachten en niets doen lijkt nu de meest aantrekkelijke strategie.

Voorlopig moet worden geconcludeerd dat de verplichte bepaling van het energielabel amateuristisch is uitgewerkt en averechtse effecten zal hebben. Het draagvlak voor energiebesparing en energielabels wordt effectief ondermijnd. Door het energielabelbeleid raakt het energiebeleid verder van huis.

Hugo Priemus, emeritus hoogleraar Technische Universiteit Delft

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels