artikel

Gun winkelplinten een nieuw leven

bouwbreed

Gun winkelplinten een nieuw leven

Veel winkelplinten in wijken die in de jaren vijftig en zestig zijn gebouwd, leiden een zieltogend bestaan. In sommige wijken staat al meer dan de helft van de winkels leeg. Dat is onder meer het gevolg van on-line voorzieningen. Toch verdienen winkels een nieuw leven. Verbouwing is nodig, geen afbraak

Volgens een schatting van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn er tussen de vier- en vijfhonderd winkelstrips uit de wederopbouwperiode die niet of niet meer volledig functioneren. Opvallend genoeg zijn de wijken waarin ze liggen in de afgelopen jaren juist flink aangepakt. Denk aan het krachtwijkenbeleid, dat heeft gezorgd voor meer variatie aan woningen, een verbeterde openbare ruimte en meer voorzieningen. Deze locaties hebben blijkbaar moeite om mee te profiteren van die ontwikkeling. Soms is het effect zelfs averechts en blijven de oorspronkelijke winkels als het kind van de rekening achter.

Inmiddels zijn de ambities voor de vernieuwing van wederopbouwwijken teruggeschroefd. Plannen voor vernieuwing zijn gesneuveld of worden vooruitgeschoven. De gevolgen zijn zichtbaar: veel leegstand, grauwe panden met half of geheel dichte ramen en een verouderde en weinig aantrekkelijke buitenruimte. Daartussen bevinden zich nog ondernemers die het op eigen kracht volhouden, meer ondanks dan dankzij de omgeving. Niet alleen voor de winkeliers en de direct omwonenden is die situatie vervelend, maar voor de hele omgeving. Verpauperde winkelstrips houden het achterstandsstempel in stand van wijken die eigenlijk klaar zijn voor een sprong naar voren.

Winkelstrips verdienen een doorstart. Ze maken deel uit van de wederopbouw-architectuur, waarvan de architectonische waarde steeds meer in de belangstelling komt. In de jaren vijftig was het een vooruitstrevende gedachte dat elke wijk of buurt een vaste plek moest krijgen waarin winkels en voorzieningen waren geconcentreerd. Het idee dat de invulling daarvan helemaal van bovenaf kan worden bepaald, met gedetailleerde omschrijvingen van wat er precies mocht worden verkocht (of geschonken) doet nu ouderwets aan. Maar de wijkgedachte heeft niets aan actualiteit verloren. Juist in deze tijd zouden deze locaties een spilfunctie kunnen vervullen. Steeds meer maatschappelijke voorzieningen verhuizen immers naar de wijk, zoals voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijk ondernemen. Dankzij veranderingen in de economie is er ook steeds meer behoefte aan flexibele ruimte voor kleinschalige activiteiten; ruimte voor start ups en zzp’ers, tijdelijke winkelruimtes, ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen of ruimtes waarin werken en leren kan worden gecombineerd. Winkelstrips zouden daar uitermate geschikt voor zijn.

Hoopgevend is dat juist winkelplinten kansen bieden voor een integrale aanpak. Er is meer ruimte voor experiment dan in een gewone winkelstraat. Meestal hebben ze een doorlopende gevel, wat kansen biedt voor een vormgeving met een herkenbare uitstraling. Vaak is er veel buitenruimte, soms met een luifel, waardoor de scheiding tussen binnen en buiten kan worden versoepeld of waarin kleinere en verplaatsbare verkooppunten kunnen worden neergezet. Het vraagt wel om een andere manier van denken. Minder gericht op vierkante meters winkeloppervlak, meer op de kwaliteit van de winkelstrip als geheel. Een voorwaarde is dat de betrokken partijen – eigenaren, overheden en ondernemers – erkennen dat oude tijden niet meer terugkeren. Het aantrekken van ‘gewone’ huurders is voor veel winkelstrips een gepasseerd station.

Martin de Jong, bureau BCW

Reageren op dit artikel? Dat kan via martindejong@bureaubcw.nl of op Twitter via @CobouwNL

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels