artikel

Azijnzeikerd

bouwbreed

Azijnzeikerd

Lezers van deze column die de kans benutten je uit te maken voor azijnzeikerd moet je eigenlijk koesteren. Ik word gelezen, dus ik ben.

Maar het is toch te hopen dat de conjunctuur aantrekt, want steeds meer types met te weinig werk willen corresponderen of tegen me aan lullen. Het is me zelfs al overkomen dat ze af willen spreken. Heel soms ga ik daar op in. Meestal zijn er twee teleurgesteld. De man die je blij komt vertellen dat hij zoveel (vooral: goede) ideeën heeft en zo weinig gehoord wordt en uw columnist, die naar de knop van het brandalarm en de nooduitgang zoekt.

De leukste reacties (eerst een geïnteresseerd mailtje en dan een telefoontje) zijn die van kleine ondernemers die wel wat zien in een van mijn plaagstootjes die vaak overgaan in een business-idee. Dat is leuk en dankbaar om te doen. Het is altijd vermakelijk om aan het eind van het gesprek te vragen waar de rekening voor het adviesuurtje naartoe kan. Het biedt me altijd de kans om uit te leggen dat goede ideeën geld waard zijn.

Weinig lol valt er te beleven aan de (vaak verongelijkte) gelijkhebberds. Soms ontkom je er niet aan om op hun reacties kort te reageren. Maar meestal werkt dat averechts, want als je zo’n gelijkhebberd een vinger geeft, dan vreet-ie je op. Daar is het hem ook om te doen, denk ik.

Dus hoezeer mijn vileine, in afwisselend gal en azijn gedoopte vulpen ook jeukt in mijn hand en mijn geest gereed is voor het genadeschot, het is de kunst er niet op in te gaan.

Lenny Vulperhorst, adviseur Andersson Elffers Felix Utrecht

l.vulperhorst@aef.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels