artikel

“Kijken naar wat mensen echt prettig vinden”

bouwbreed Premium

“Kijken naar wat mensen echt prettig vinden”

Aantrekkelijke en comfortabele gebouwen met een minimum aan installaties. Technisch en conceptueel zijn ze goed te bedenken, meent architect Aldo Vos. Met zijn zoektocht wil hij uitvinden hoe ze daadwerkelijk standaard kunnen worden.

Het klinkt aanlokkelijk. Zonder (een grote hoeveelheid) installaties energiezuinige gebouwen maken die nog bij uitstek comfortabel zijn bovendien. Het is vooralsnog niet de trend, weet Aldo Vos. “Er wordt juist steeds meer techniek toegevoegd om energiezuinige gebouwen te krijgen.”

Klimaatontwerp wordt veelal pas in een laat stadium toegevoegd.

Architecten moeten, weet hij, bij het ontwerpen van een gebouw rekening houden met een hele reeks aspecten. Hiervoor krijgen ze vanuit verschillende disciplines hulp, maar desondanks blijft een belangrijk aspect onderbelicht: het ‘klimaatontwerp’. Dat wordt veelal pas in een laat stadium toegevoegd aan een al uitgetekende opzet.

Hij mikt op een hedonistische benadering. Simpel gezegd komt die neer op “kijken naar wat mensen echt prettig vinden.” De zuiver technische benadering met als doel een constant binnenklimaat valt dan af. Juist kleine onverwachte veranderingen in de omgeving kunnen volgens Vos voor een geluksgevoel zorgen. Veranderingen, die vaak van buiten komen. “Zo word je bewust van de wereld om je heen.”

Gebruiker

Denk vanuit de klant. Begin bij de gebruiker en niet bij de vormgeving.

Harry Nieman, kwartiermaker private kwaliteitsborging bij het Instituut voor Bouwkwaliteit, klinkt die hedonistische benadering als muziek in de oren. Hij formuleert dezelfde boodschap wat zakelijker als: “Denk vanuit de klant. Begin bij de gebruiker en niet bij de vormgeving. Het gaat dan over lekkere plattegronden en veel daglicht.”

Nieman komt naar eigen zeggen veel architecten tegen die dat goed aanpakken. Al twintig of dertig jaar zijn die ermee bezig, denken vanuit de klant, vanuit het milieu. Maar er zijn ook veel voor wie de vorm het startpunt is. Ik vind het goed dat er enkele toparchitecten zijn die prachtige vormen maken voor iconische gebouwen. Maar het gros van de gebouwen is op de eerste plaats functioneel en daar draait het om wat de gebruikers nodig hebben.”

Terug naar het effect van het ontwerp op de gebouwinstallaties. Theo Bors van Van Aken Architecten denkt dat verlegging van het accent naar een beter casco met als doel te komen tot een hoger comfort en een grotere energie-efficiëntie, de ontwerpvrijheid niet belemmert. Wel kunnen er uiterlijke consequenties zijn. “Dat het beeld verandert, hoeft niet nadelig te zijn. In landen als Zweden en Oostenrijk hebben ze er in elk geval geen moeite mee. Je moet er als architect mee kunnen omgaan.

Reageer op dit artikel