artikel

Wij nemen de beste kaart op in aardbevingsnorm

bouwbreed

Wij nemen de beste kaart op in aardbevingsnorm

Gesteggel over getalletjes achter de komma op een kaart. Het lijkt onbenullig, maar in het geval van de richtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen kan het om miljoenen, misschien wel om miljarden euro’s gaan. Joost Walraven, voorzitter van de werkgroep die de norm opstelt, zegt zich niet te laten beïnvloeden door politieke druk. “Wij nemen de beste kaart in onze norm op.”

Wind, regen, kou en hitte. Nederlandse gebouwen zijn er prima tegen bestand. Aardbevingsbestendig bouwen is echter van een andere orde, weet Joost Walraven, emeritus hoogleraar betonconstructies aan de TU Delft. Met seismologische, bouwkundige en tal van andere wetenschappers geeft hij vorm aan een Nederlandse Praktijkrichtlijn (NPR). “We zijn bijna klaar. We zetten nu de puntjes op de i.”

Catalogusaanpak

Zijn verwachting dat de norm snel in het Bouwbesluit kan worden opgenomen, staat haaks op die van de Commissie Meijdam. Die schat in dat het nog zeker een jaar tot twee jaar kan duren. Meijdam adviseert minister Kamp daarom met een catalogusaanpak te komen: identificeer eerst een stuk of zestig verschillende typen bouwwerken en zoek daar een gestandaardiseerde oplossing bij. Walraven weet niet hoe de commissie die Kamp adviseert aan die wijsheid komt.

Opslingerfactor

Wat precies nog aan de norm moet gebeuren, is voor buitenstaanders nauwelijks te volgen. Voor je het weet, vliegen termen als ‘de opslingerfactor’ en ‘het responscentrum’ je om de oren.

De belangrijkste vraag is eigenlijk: hoe reageert een gebouw op beweging

Walraven: “De belangrijkste vraag is eigenlijk: hoe reageert een gebouw op beweging. De ene woning schudt meer mee dan de andere. En voor een schoorsteen kan het best zo zijn dat die helemaal niet in het ritme van de schokken komt. Die heeft dan helemaal geen last van aardbevingen. En dan hebben we het nog niets eens over de samenstelling van de grond waar een bouwwerk op staat.”

Andere data

Discussie is er ook nog over de ´te verwachten piekgrondversnellingen´ in Groningen. Het KNMI heeft die recentelijk opnieuw in kaart gebracht (PGA-kaart). De werkgroep van Walraven plaatst hier echter kanttekeningen bij, omdat een nieuw model is gebruikt en andere data zijn ingevoerd dan bij eerdere kaarten. Analyses om de optimale kaart te krijgen, lopen nog.

De betondeskundige wil er niet te veel over kwijt. “Er zijn verschillende kaarten, en ja, het kan in euro’s misschien wel miljoenen (de versterkingsopgave hangt hiermee samen, red.) schelen van welke getallen je uiteindelijk uitgaat. Maar wij zullen de beste kaart in de NPR opnemen. Over een paar weken wordt duidelijk welke dat is. De nieuwe inzichten zijn we nu aan het kalibreren. Ik wil niet vooruitlopen op de uitkomst.”

Verwarrend

Walraven legt uit dat de kaart met de kringen bepaalt wat je waar moet aanpakken. “Het klopt dat er meningsverschillen over zijn. Sommigen zeggen: neem de aardbevingsstatistieken zoals ze zijn gemeten. Anderen vinden dat niet zo handig en vinden dat je ook verschillende scenario’s moet meewegen.”

De verschillen tussen het ene kaartje en het andere kaartje zijn relatief klein

Waar de werkgroep van de aardbevingsrichtlijn nog studeert op het kaartje, heeft de Commissie Meijdam minister Kamp al geadviseerd om deze tot 1 januari 2017 als uitgangspunt te gebruiken. Walraven noemt dat “niet zo handig”. “Dat kan verwarrend zijn. Het heeft mijn inziens ook vooral te maken met ongeduld; men wilde wat hebben. Helaas hebben wij daar geen controle op.” Hij nuanceert het meningsverschil over de cruciale PGA-kaart: “Eerst worden de bouwwerken versterkt die het meest beschadigd zijn. Als je kijkt naar de uiteenlopende gegevens die daarover bekend zijn, zijn de verschillen tussen het ene kaartje en het andere kaartje relatief klein.”

Waardevol

De aardbevingsnorm kan vooral uitkomst bieden voor nog te bouwen woningen of gebouwen, vindt een groot deel van de werkgroep. Daarom was het ook de bedoeling de norm in het Bouwbesluit op te nemen per 1 december 2015. De Commissie Meijdam adviseerde Kamp daar mee te wachten en te beginnen met een catalogusaanpak.

De bouwkosten stijgen helemaal niet zo sterk als eerder werd aangenomen

Walraven benadrukt: “De NPR is zeer waardevol voor de nieuwbouw. En de bouwkosten stijgen helemaal niet zo sterk als eerder werd aangenomen. Ik heb voorbeelden gezien van woningen waarbij de meerkosten slechts duizend euro waren. Het zit hem vooral in extra wapening en dwarsverbanden. En je moet iets doen met het metselwerk. Maar daar kun je vooraf rekening mee houden. Ik zie geen reden voor de minister om af te zien van opname in het Bouwbesluit.”

Denkfout

Walraven signaleert dat de catalogusaanpak, die uitsluitend gericht is op de bestaande bouw, ook nog moet worden uitgewerkt. Bovendien kan het niet anders volgens hem dan dat de NPR ook voor een seriematige hersteloperatie wordt ingezet.

Eerst moet je alle verschillende soorten bouwwerken in kaart brengen en identificeren

“Juist ook daarvoor is de richtlijn zeer bruikbaar. En let wel: in de praktijk worden concepten van de NPR ook al veel gebruikt. Ik vind het idee voor een catalogusaanpak ook niet zo slecht, maar men moet niet de denkfout maken dat die één twee drie van de grond komt. Eerst moet je alle verschillende soorten bouwwerken in kaart brengen en identificeren.”

Epicentrum

Maar ook de locatie speelt daarbij volgens Walraven een rol. Een kwetsbare woning, die ver van het epicentrum vandaan staat, hoef je natuurlijk minder zwaar aan te pakken dan dezelfde woning die er middenin zit.” Ontbreekt het in de ogen van de emeritus hoogleraar de Commissie Meijdam aan bouwkennis? Een stilte valt. “Daar geef ik geen commentaar op.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels