artikel

Omslag met tevreden bewoners als einddoel

bouwbreed

Omslag met tevreden bewoners als einddoel

Bij het FOM-lab (Fundamenteel Onderzoek der Materie) in Amsterdam werkte Jan Fokkema, directeur van de Neprom, in 1978 mee aan experimenten gericht op kernfusie, als veilige en schone energiebron. Verderop werkte een onderzoeksgroep aan siliciumoppervlakken voor zonnecellen. “We voelden ons aan het front van de wetenschap, verbonden met een duurzame toekomst.”

Eén van mijn eerste klussen in 1990 bij de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (tegenwoordig Platform31) was het programma Schoner Wonen, met als eerste wapenfeit de op grote schaal gebruikte handleiding Duurzaam Renoveren. Later is deze ook in Franse, Engelse en Poolse versies verschenen. De zinkindustrie daagde ons voor de rechter en de pvc-jongens begonnen een reclamecampagne tegen de SEV. We voelden ons een gideonsbende en knokten voor een duurzame toekomst.

Later werkte ik aan programma’s als Duurzaam en energiezuinig bouwen, Flexibel en Demontabel Bouwen, Intensief Ruimtegebruik en Consumentgericht Ontwikkelen. De SEV werkte aan de vernieuwing vanuit de filosofie van stuurstroom (het experiment) en hoofdstroom (de totale woningbouw en woningvoorraad). In 1999 stapte ik over naar ‘de zakkenvullers’. Geen seconde spijt van gehad.

In 2008 startten NVB-Bouw, Bouwend Nederland, Aedes en Neprom het Lente-akkoord Energiezuinige Nieuwbouw. De Neprom maakte onder voorzitterschap van Dietmar Werner de draai; we stopten met wijzen naar de bestaande voorraad en stelden ons als doel: 50 procent energiereductie in zeven jaar in alle nieuwbouw: woningen, winkels en kantoren. Dus niet een aantal experimenten of voorbeeldprojecten, zoals bij de SEV, maar over de volle breedte van de nieuwbouwproductie! We pleitten voor dwingende regelgeving voor de hekkensluiters. In zeven jaar tijd heeft de sector, ondanks de crisis, nagenoeg geheel aan die doelstelling voldaan. Alleen bij appartementengebouwen hoger dan vijf lagen stribbelen we nog tegen, vanwege onevenredige meerkosten en technieken die zich nog niet voldoende hebben bewezen.

Recent begonnen dezelfde vier partijen het ZEN-platform, waarin de gezamenlijke leden op grote schaal ervaring op gaan doen met woningbouw die voldoet aan de eisen die vanaf 2021 gaan gelden. ZEN staat voor Zeer Energiezuinige Nieuwbouw: van bijna-energieneutraal tot energieleverend. Inmiddels hebben veertig ondernemingen zich aan dit programma verbonden en toegezegd vóór 1 januari 2018 met de bouw van minimaal één nieuwbouwproject te starten dat voldoet aan die eisen. En we verwachten dat er nog meer bijkomen. In het programma staan de vragen en behoeften van de bewoner centraal: wooncomfort, gezondheid, binnenklimaat en betaalbaarheid. Niet de regelgeving, maar de mens als de maat der dingen. In vijf jaar willen we een omslag teweegbrengen, met tevreden bewoners als einddoel.

Duurder

Ik weet dat het op dit moment in veel situaties technisch al goed mogelijk is om nul-op-de-meterwoningen (nom-woningen) te realiseren, maar ze zijn nog wel duurder dan een huis dat ‘slechts’ voldoet aan de huidige norm van epc=0,4. Ik heb veel waardering voor bedrijven die voortaan uitsluitend nog nom-woningen realiseren. Maar ik heb ook begrip voor de bedrijven die dat nog niet doen, vanwege de hogere kosten. En dat is ook niet erg. Veelal wordt ‘nom’ bereikt door een flinke stoot zonnepanelen op het dak. Het is geen probleem als je nog even wacht met die kostbare investering, als het casco in elk geval wel optimaal energiezuinig is. Wie weet zijn die zonnecellen over vijf jaar in prijs gehalveerd en in prestatie verdubbeld.

Al met al denk ik dat de nieuwbouw goed op schema ligt. Over enkele jaren is de totale nieuwbouw bijna-energieneutraal. Dat is overigens geen reden voor borstklopperij; verbetering en innovatie blijven altijd mogelijk en noodzakelijk, maar vanuit energiegebruik geredeneerd is op dat moment de belangrijkste slag geslagen. Anders ligt het voor de bestaande voorraad. Daar is de opgave veel complexer en omvangrijker. De afgelopen jaren is met de Stroomversnelling een ware revolutie ontketend. Inmiddels worden jaarlijks grote aantallen bestaande woningen naar nom-niveau gebracht. Door de deelnemende bedrijven en Platform31 is in relatief korte tijd veel bereikt en in gang gezet. Veel bewoners zullen daar blij van worden. Ik heb daar veel waardering voor en ik hoop dat het programma de komende jaren verder vleugels krijgt. Het zou mooi zijn als de aanpak zo aantrekkelijk is dat ook commerciële beleggers en particuliere eigenaren op grote schaal de investering aandurven. Er zijn ook nog andere hobbels te nemen. Denk alleen maar aan de vele verouderde appartementencomplexen, met kleine, gehorige woningen en een magere stedenbouwkundige kwaliteit, die in veel gevallen zo’n ingrijpende verbetering waarschijnlijk niet waard zijn. Misschien ligt daar sloop en nieuwbouw meer voor de hand, maar zonder publieke middelen zal dat niet snel gebeuren.

Kortom, de gebouwde omgeving kan en moet een belangrijke bijdrage leveren aan een duurzame toekomst. In de nieuwbouw is de slag bijna geslagen, maar innovaties blijven daar noodzakelijk en mogelijk. De bestaande voorraad, waar het grootste probleem zit, is goed op weg, met onder andere programma’s als de Stroomversnelling. De opgave daar is echter omvangrijk en complex. Het zal nog decennia duren voordat daar het energieverbruik ook op nul zal liggen.

Jan Fokkema, directeur Neprom 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels