artikel

Hart voor onderzoeksjournalistiek

bouwbreed

Hart voor onderzoeksjournalistiek

Dat eeuwig opgewonden toontje. Het laat direct alle alarmbellen afgaan. Als schurkenjager Sven K. iets aankondigt, dan moet het wel ernstig zijn. Uiteindelijk gaat het om een enorme canard, een bericht dat na publicatie niet waar blijkt te zijn.

Toen ik voor het eerst als spreker op een congres voor makelaars kennis maakte met Sven, had ik geen idee wie hij was. Met een glimlach keek ik naar de manier waarop hij als dagvoorzitter één van de inleiders voor schut zette. Zijn tactiek is simpel. Je poneert een dwaze stelling, waarmee je de spreker probeert in de val te lokken, of je framet het verhaal zo dat het belachelijk klinkt en vraagt dan aan een paar sukkels in de zaal wat zij er van vinden. Die beamen dat het belachelijk is, waarop je aan de inleider vraagt of hij wel goed bij zijn hoofd is omdat verstandige mensen in de zaal er anders over denken. Nadat ik de laatste zin van mijn inleiding had uitgesproken, stelde hij me de thuis al ingestudeerde belachelijke vraag. Toen ik eerst niets zei (en hem lang glazig aankeek) en stelde dat ik daar geen zin in had, was de tweede tactiek aan de orde. Hij maakte een gepensioneerde makelaar uit Brabant in de zaal wakker en die mocht mij het nekschot geven.

De beste man was ervan overtuigd dat er geen crisis in de markt was, dus waar lulde die randstedelijke inleider over. Maar ja, congressen zijn er als vermaak voor de borrel en bitterballen, dus dat dit gebeurt, hoort er bij. Maar onderzoeksjournalistiek, vind ik, is van een andere orde. Na lang graven zijn er onthutsende onthullingen. Die serveer je geserreerd. En dat vraagt om een presentator met een breed repertoire, die duiding geeft. En sowieso daarvóór al kritisch is geweest naar de eigen redactie, omdat zijn reputatie op het spel staat.

Lenny Vulperhorst, Andersson Elffers Felix Utrecht        

l.vulperhorst@aef.nl  

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels