artikel

Agenda Stad: tijd voor meer daadkracht

bouwbreed Premium

Agenda Stad: tijd voor meer daadkracht

Steden zijn magneten voor bevolking en motoren van economische groei en daarmee een steeds belangrijkere markt voor de bouwsector. Internationaal onderzoek bepleit steden meer aandacht te geven. Bijna 70 procent van de productie van Europa vindt daar plaats. Wil Europa het internationale spel goed blijven meespelen, dan zal het de potentie van Europese steden beter moeten inzetten.

En die potentie zit niet in de omvang van de steden, want Europa heeft, behalve Londen, geen echt grote steden. Dat is geen probleem zolang het stedennetwerk voldoende functioneert. De Europese steden moeten het meer hebben van netwerkkracht dan van agglomeratiekracht. Het is verder te hopen dat de steden beter in staat zijn om samen te werken dan de landen. Gebeurt dat niet, dan zullen de Shanghai’s en Sao Paolo’s van deze wereld de economische posities overnemen.

Goed functionerende stedelijke netwerken zijn zeker voor de bouwsector van groot belang. In 2015 woont 80 procent van de inwoners van Europa in steden en dit aandeel neemt in de komende decennia alleen maar toe. Bovendien moet snelle infrastructuur het stedelijk netwerk van Europa bijeen houden. Het belang van investeren in woningen, bedrijfscomplexen en verbindingen tussen steden en in steden is evident. Veel bouwactiviteiten zijn daar het directe gevolg van. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwbouw, maar ook om renovatie, innovatie, exploitatie en beheer. Veel steden in Europa staan voor een systeemsprong, waarbij de kwaliteit van leven prevaleert boven de kwantiteit van bouwvolumes. Dat alles tegen de achtergrond van wensen en eisen op terreinen als duurzaamheid, energiebesparing, innovaties en multifunctionaliteit. Het draait om aanpassing, vernieuwen en transformatie, ook in de bouwmarkt.

Leefbaarheid

Europa pakt die handschoen op. Zo is afgesproken om een Europese Agenda Stad te maken. Die afspraak is in Riga gemaakt tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie van Letland en krijgt steeds meer profiel. Deze agenda moet tijdens het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van 2016 verder gestalte krijgen. De werktitel die minister Ronald Plasterk aan de bijeenkomst gegeven heeft is het ‘Pact van Amsterdam’. Het kabinet heeft aangegeven dat het de bedoeling is om de Europese wet- en regelgeving en fondsen beter toegankelijk te maken voor steden die zich economisch willen versterken en innovatie en leefbaarheid willen vergroten. Het credo daarbij is better regulation .

Toch is het de vraag of de Europese steden baat hebben bij betere regels, zeker als die uit Brussel komen. Gelukkig is de Europese Commissie onder leiding van de Nederlandse Eurocommissaris Frans Timmermans tot het inzicht gekomen dat Europese regelgeving op verschillende fronten aanzienlijk kan worden vereenvoudigd. Het zou mooi zijn als het Pact van Amsterdam daar blijk van geeft. De voortekenen zijn gunstig.

Met de European Urban Agenda zullen spelregels aan de orde worden gesteld en zo nodig worden afgeschaft. Het plan is om dit met urban proofingaan te pakken. Nederland heeft al een eerste onderzoek lopen naar irritante of complexe regels. Hoog op die lijst staan regels voor aanbesteding en omgeving. Dat is niet vreemd. Ook de beoogde versterking van de grensoverschrijdende samenwerking tussen stedelijke regio’s en publiek private partnerships zullen – mede daardoor – beter gefaciliteerd worden. Steden, bedrijven en lidstaten kunnen zo belemmerende regels aanpakken. Ook kunnen ze er makkelijker voor zorgen dat de bestaande financiële middelen, nu nog vaak strak vastgelegd in Europese fondsen, alsmede de beschikbare kennis, vaak verstopt in ingewikkelde programma’s of ondoorgrondelijke instituten, beschikbaar komen voor steden en voor hun investeringsvragen. Opnieuw een gunstig perspectief voor de bouwsector.

Voortrekkersrol

De aanloop naar deze European Urban Agenda is tot dusverre energiek en positief. Zeker in ons land heeft dat vele bijeenkomsten, studies, initiatieven en publicaties opgeleverd. Maar het wordt tijd voor meer daadkracht. Een decentrale aanpak met een voortrekkersrol van het bedrijfsleven biedt het meeste perspectief om het typiche potentieel van Europese steden waar te maken.

De bijdrage van Europa zit hem vooral in het scheppen van een institutionele context met minder en betere regels gericht op soepele uitvoering en betere samenwerking. Op dit vlak is het afgelopen jaar het nodige bereikt. Samenwerking tussen steden en regio’s onderling, maar ook de samenwerking tussen gemeentelijke bestuurders en bedrijven groeit en is min of meer vanzelfsprekend aan het worden. Zo zullen in de komende tijd de nodige city dealsworden gesloten. Dat geldt in vele opzichten ook voor de samenwerking over de grenzen heen, al bestaat daar nogal wat koudwatervrees.

Prof.dr. Oedzge Atzema, Rijksuniversiteit Utrecht
drs. Robbert Coops, Winkelman Van Hessen
drs. Mark Frequin, Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Dit artikel vormt een vervolg op eerdere bijdragen van deze auteurs in Cobouw over de Agenda Stad

Reageer op dit artikel