artikel

Wonen in een auto

bouwbreed

U woont vast niet in een auto. Ik wel. Althans zo’n 50.000 km per jaar, bij gemiddeld 50 kilometer per uur al gauw 20 uur per week. Dat is doordeweeks meer dan ik thuis wakker ben, dus ja, op werkdagen is mijn auto mijn eerste woning.

Nu zijn er mensen die voorspellen dat woningen de auto’s van de toekomst zijn. Net als in de auto-industrie worden die woningen industrieel geproduceerd en niet langer gebouwd, worden ze gedesignd en komt er geen architect aan te pas en worden ze beleefd en gebruikt als een merk. Dat zou dan in ieder geval gaan gelden voor de doorsneewoning, en alles daaronder. Lekker efficiënt. Want dure mensen kunnen architectuur betalen en goedkopere moeten het doen met massaproductie.

Nu geloof ik heilig in vergaande automatisering van het bouw én het ontwerpproces. Onze branche verkeert nog ergens tussen handel en ambacht, in economisch-historische termen in de 17de eeuw dus. Daar valt nog een wereld te winnen. Maar daar houdt de vergelijking vervolgens ook op. Auto’s rijden, huizen niet. Een Mercedes houdt zijn status, ook als je er mee door de Kolenkitbuurt rijdt.

Misschien vooral daar wel. Maar een woning van een topmerk is een miskoop als die in een rotbuurt staat. Een woning ontleent zijn waarde aan een plek, aan een fysieke en sociale context, aan identiteit. Een woning zegt iets over een bewoner en zijn omgeving. Architectuur geeft vorm aan deze identiteit, binnen deze context. Design geeft alleen vorm aan objecten. Mensen met lagere inkomens hebben net zoveel behoefte aan identiteit van hun woonplek als rijke mensen, misschien zelfs wel meer. Als architecten nu verder automatiseren blijft architectuur bereikbaar voor allen.

Marcel Tankink, directeur-partner KAW, Groningen

Reageer op de column via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @MarcelTankink

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels