artikel

Uniformiteit is de dood voor elke stad

bouwbreed

Uniformiteit is de dood voor elke stad

Wonen in de stad is voor velen aantrekkelijk. Er zijn uitnodigende culturele en commerciële voorzieningen en de woningen zijn goed opgeknapt. Investeren in een stadswoning loont. Dat was veertig jaar geleden wel anders.

Vroeger werd de aantrekkingskracht van steden in eerste instantie gemeten aan de komst van bedrijven. Nu aan die van bewoners. Toen gold ‘wonen volgt werken’, nu ‘werken volgt wonen’.

Maar deze gedachte gaat niet in dezelfde mate op voor alle steden. Universiteitssteden als Amsterdam, Utrecht, Leiden, Delft en Nijmegen passen er het meest markant bij. Zo ook de aantrekkelijke woonsteden Haarlem, Amersfoort en ’s-Hertogenbosch. De beroepsbevolking hier let op leefbaarheid, variatie aan voorzieningen, en vooral bereikbaarheid van banen. In hun kielzog volgen bedrijven, die in wisselende mate creatief, kennisintensief of hoogtechnologisch zijn. Deze steden hebben dus baat bij interessant vormgegeven woon- en werklocaties. In de universiteitssteden Groningen, Maastricht en Enschede geldt dit minder, vooral door slechtere bereikbaarheid van veel kennisintensieve banen. Voor hen is het lastig de goed opgeleide en creatieve beroepsbevolking vast te houden. Investeringen in ruim opgezette science parks moet deze uitstroom keren.

De aloude stelregel ‘wonen volgt werken’ gaat nog steeds op in sommige steden, en niet de minste. Moderne kennisintensieve industrie- of dienstensteden als Eindhoven en Den Haag zijn er goede voorbeelden van. Zij bieden hoogopgeleiden prima carrièrekansen en hebben dientengevolge behoefte aan een meer hoogwaardig woonaanbod. Zonder deze nieuwbouw lopen deze steden, en daarmee heel Nederland, welvaartsverlies op.

Er zijn ook steden waar ‘werken het werken’ en ‘wonen het wonen’ volgt. Het eerste komt voor in steden met een sterke internationale netwerkpositie, zoals Rotterdam (haven) en Hoofddorp (Schiphol). Zij moeten het hebben van clustering van economische activiteiten en cross-overstussen verwante sectoren en de hieruit voortkomende vliegwieleffecten voor de stedelijke economie. ‘Wonen volgt wonen’ vindt overal in Nederland plaats, onder meer in de voormalige groeikernen. Het lokale aanbod van woningen en de reisafstand naar belangrijke centra van werkgelegenheid sluit echter steeds minder aan op de vraag van voor de stedelijk economische groei belangrijke groepen in de beroepsbevolking. Het is ook bij de verhouding tussen wonen en werken niet verstandig om alle Nederlandse steden over één kam te scheren. Er bestaat een grote mate van differentiatie tussen steden. Eigenlijk treedt meestal een combinatie op van de vier afhankelijkheden. Dit vraagt in elke stad om een afgewogen beleidsvisie die zelfs per wijk een andere uitkomst te zien kan geven. Uniformiteit is de dood voor elke stad, hoe werken en wonen zich ook tot elkaar verhouden.

Prof. dr. Oedzge Atzema, Rijksuniversiteit Utrecht

Drs. Robbert Coops, Winkelman Van Hessen

Drs. Mark Frequin, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Dit artikel is een vervolg op de opiniebijdrage in het kader van Agenda Stad in Cobouw van 16 oktober 2014.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels