artikel

Small data, small minds

bouwbreed

Small data, small minds

De aandacht die Rem Koolhaas in zijn tentoonstelling vroeg voor de elementen van de architectuur is lovenswaardig. Jammer alleen dat architecten in de dagelijkse praktijk niet echt uitblinken in het waarderen, behouden en toepassen van de menselijke en culturele aspecten van die elementen.

Wat is precies een goed balkon, en welke relatie heeft dat met de rest van het huis? Verschilt dat naargelang de achtergrond van de bewoners? Ze weten het niet. Dit is waar mijn echte probleem met de tekst van FredSchoorl in zijn column (Cobouw, 18 december) op ligt: architecten gaan slordig om met de data en informatie die hun ontwerpen genereren. Ze hebben er geen idee van. Ze doen geen onderzoek naar wat ze gebouwd hebben om ervoor te zorgen dat ze hun product kunnen verbeteren. Ze doen niet aan innovatie.

Als er dan in dit vrije land ondernemers zijn die er wel de mogelijkheden van inzien, dan schrijven architecten een boze column om hen zwart te maken. O jee: de markt is niet bereid tot “het creatieve”. Heeft Fred Schoorl wel eens het verschil ervaren tussen een hedendaagse auto en ééntje van vijftien jaar geleden? Heeft Fred Schoorl een smartphone, je weet wel, met niet-creatieve apps die allemaal door de markt ontwikkeld zijn?

Dat Fred Schoorl zich achter de rug van Rem Koolhaas verschuilt om aan te tonen dat zijn contact met de werkelijkheid voor verbetering vatbaar is, zullen we hem niet euvel duiden. Voorzitter van de BNA word je niet op basis van je zelfstandig denkvermogen, maar met goed netwerken en weten hoe de hazen binnen je eigen club lopen.

Je zou willen dat hij dan opkomt voor de leden die hij vertegenwoordigt. Dat hij een idee heeft waar het in de branche aan schort, en dat agendeert. Het gebrek aan informatiemanagement op architectenbureaus is voor een groot deel de oorzaak van de achteruitgang van de sector. Hoe goed zijn onze gebouwen werkelijk? Wat werkt en wat werkt niet? Wat vinden gebruikers ervan, de samenleving, en investeerders? Architecten hebben ook geen idee welk deel van de gebruikerservaring ze ontwerpen of hoe ze dat moeten doen. Wat allemaal kan bijdragen aan die gebruikerservaring, hoe je dat kan meten en hoe je dat kan verbeteren als het gebouw er al staat. Ze vinden technologie een vies woord en proberen er zo weinig mogelijk over te weten. Ze zijn liever “creatief”.

Bovenaan de pikorde van architecten staat een kaste die niet in de gaten heeft dat de wereld veranderd is. Die in het publieke debat achterhaalde ideeën ventileert, en in onze opleidingsinstituten onze toekomst achterhaalde vaardigheden aanleert.

Van deze kaste van dinosauriërs verlos ons, Heer.

Dirk Follet, zelfstandig architect. 

Reageren op deze column? Dat kan via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @dirkfollet

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels