artikel

Met emvi zijn we te ver doorgeschoten

bouwbreed

Uneto-VNI was aanvankelijk enthousiast over aanbesteden op basis van economisch meest voordelige inschrijving. Maar in de praktijk blijkt dat emvi niet leidt tot een hogere kwaliteit en meer innovatieve oplossingen.

Tot aan de introductie van de nieuwe Aanbestedingswet van 2013 werden de meeste projecten op laagste prijs gegund. Het resultaat: bodemprijzen, ook bij extreem gecompliceerde projecten. Van de mogelijkheid om op basis van economisch meest voordelige inschrijving (emvi) te gunnen, maakten opdrachtgevers nauwelijks gebruik. Het was gezien de marktomstandigheden dan ook logisch dat Uneto-VNI een lobby startte om emvi een belangrijke plek te geven in de Aanbestedingswet. En met resultaat: toepassing van emvi is nu de hoofdregel in de Aanbestedingswet. Daarin zijn we nu echter te ver doorgeschoten.

De praktijk wijst uit dat in veel gevallen de gunning op basis van emvi niet het gewenste effect sorteert, namelijk een hogere kwaliteit en meer innovatieve oplossingen en ideeën bij aanbestedingen. En daarmee een groter onderscheidend vermogen tussen de aanbiedingen van bedrijven.

Hoe komt dat? In een groot aantal aanbestedingen is emvi niets meer dan een synoniem voor een plan van aanpak, de zogenaamde ’plan-van-aanpak-aanbestedingen‘. Laten wij eerlijk zijn: bij veel uitgewerkte bestekken valt geen eer te behalen aan een onderscheid op kwaliteitsaspecten. Toch formuleren aanbestedende partijen met veel pijn en moeite een aantal kwaliteitscriteria om maar een emvi-aanbesteding te houden. Maar deze manier van aanbesteden heeft weinig met emvi te maken. Het bedrijf dat een spetterende presentatie geeft of zijn aanbieding prachtig op papier zet, kan een eind komen. Het middel is een doel op zich geworden.

Een aanbesteding op emvi is erg arbeidsintensief en kostenverhogend: zowel voor de inschrijvers – voor een belangrijk deel mkb-bedrijven – als voor de aanbesteder. De inschrijvers zijn veel tijd kwijt om hun aanbod te doen, de aanbesteder moet alle inschrijvingen zorgvuldig beoordelen. Voor de inschrijvers is het daarbij extra zuur als de beoordeling van de inschrijvingen behoorlijk subjectief was. En dat voor een project dat – als je het de bedrijven zelf vraagt – gewoon op laagste prijs gegund had kunnen worden.

Een ander aspect is de puntenverdeling in de aanbesteding. De verhouding kwaliteit en prijs zegt meestal niets over de mate waarin kwaliteit meetelt in de puntentelling. Het aantal punten dat aanbesteders toekennen aan kwaliteitsaspecten is vaak beperkt, terwijl het prijsaspect heel zwaar meeweegt. De inschrijver die het best scoort op kwaliteit wordt daar bovendien in de puntentelling nauwelijks voor beloond. Daarentegen krijgt de inschrijver die het beste scoort op prijs wél veel extra punten. Zo bepaalt de prijs toch nog de uitslag van de aanbesteding.

Emvi is een goed instrument om innovatieve oplossingen te realiseren, waarbij duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen belangrijke pijlers zijn. Maar de vraag of een aanbesteding op basis van emvi zinvol is, wordt feitelijk bepaald door de keuzes in het voortraject. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de samenwerking tussen bouwpartners (bouwteams of geïntegreerde contractvormen) en de vraag of wel of geen gebruik wordt gemaakt van BIM. Ook is de vraag relevant of behalve de realisatie ook de onderhouds- en exploitatiefase onderdeel zijn van de aanbesteding. Deze keuzes bepalen grotendeels de ruimte voor innovatie en duurzame oplossingen. Bieden de gemaakte keuzes daarvoor geen ruimte, dan maakt het gunnen op emvi niet het verschil.

Als laatste geef ik nog een tip voor inschrijvers van ’plan-van-aanpak-aanbestedingen’: beschrijf hierin kort en krachtig dat de juiste aanpak bij het project staat of valt met hoe partijen met elkaar samenwerken. Hierbij is onderling vertrouwen een randvoorwaarde. Meer niet. Zo’n plan van aanpak kost niet veel. Maar u heeft daarmee wel de basis gelegd voor het slagen van een project. Als de aanbesteder daarvoor niet gevoelig is, is het misschien geen project voor u.

Mr. Margreet van Deurzen, directeur Stichting Marktwerking Installatietechniek (SMI), onderdeel van Uneto-VNI

Maandag Jan Telgen over emvi.

 

NATIONAAL BOUWDEBAT

Op maandag 9 februari, de eerste dag van de Week van de Bouw, wordt op initiatief van Cobouw en Jaarbeurs het tweede Nationaal Bouwdebat gehouden. Zes debaters buigen zich over drie stellingen:

-Ontwikkelaars zijn overbodig,

-Emvi is dood, leve de laagste prijs

-We moeten stoppen met nieuwbouw.

Vooruitlopend op het debat kiezen opinieleiders in Cobouw positie vóór of juist tégen een van de drie stellingen. 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels