artikel

‘Aanbieder ziet meer mogelijkheden dan de klant zelf’

bouwbreed

‘Aanbieder ziet meer mogelijkheden dan de klant zelf’

Het Energiefonds Overijssel heeft in de eerste fase van zijn bestaan gescoord bij gemeenten, corporaties en innovatieve bedrijven. De bedoeling is dat de aanbieders uit de bouw- en installatiesector ook initiatieven gaan ontwikkelen om moeilijkere doelgroepen over de streep krijgen, zoals particuliere woningeigenaren, eigenaren en huurders van bedrijfspanden en scholen en zorginstellingen. Bart Mullink

De aanpak van het Deventer sportcomplex De Scheg illustreert mooi de mogelijkheden om de markt voor energiemaatregelen beter op gang te krijgen, vindt directeur Bas-Jan Blom van Energiefonds Overijssel. Van dit complex maken zowel een tropisch zwembad als een ijsbaan deel uit. Met warmte die vrijkomt uit de koelmachines van de ijsbaan, wordt hier het zwembad verwarmd. “Dit is ook een goed voorbeeld hoe een project van de grond kan komen als bouw-installatiebedrijven gezamenlijk op zoek gaan naar kansen in hun werkgebied.”

Blom hoopt dat voorbeelden zoals dit op grote schaal navolging krijgen. Zijn oproep aan de bedrijven: “Kijk met elkaar goed om je heen. Probeer te ontdekken waar in je werkgebied als installatiebedrijf of bouwbedrijf kansen liggen. Voor de aanpak van sportcomplexen, scholen, bedrijventerreinen et cetera.” Hij onderstreept dat het de markt is die initiatieven moet ontplooien. “Het Energiefonds kan initiatieven alleen ondersteunen, niet initiëren.”

De Scheg is een groot project, maar voor het Energiefonds zit het eerder aan de onderkant. Het beleid is in principe alleen grote projecten, van meerdere miljoenen in euro’s, te ondersteunen. De gebouwen van De Scheg worden geïsoleerd en voorzien van energie-efficiënte installaties. Op het dak liggen zonnepanelen voor de opwekking van elektriciteit en voor warm water. De investering, in totaal 2,4 miljoen euro, moet leiden tot een jaarlijkse energiebesparing van twee ton.

Doelstellingen

Grote projecten bieden, is de gedachte, ruimte voor innovatieve benaderingen. Verder kunnen ze ervoor zorgen dat voldoende grote slagen worden gemaakt om de ambitieuze doelstellingen op het gebied van energietransitie te realiseren. Logisch dus dat als het om woningen gaat, tot nu toe de corporaties het beeld bepalen. Maar als het aan Blom ligt, komen vanaf nu ook kleinschaliger objecten – sportvelden, bedrijfspanden, particuliere woningen – aan de beurt.

Een voorwaarde, en een vurige wens, is dat bedrijven hiervoor nieuwe marktbenaderingen ontwikkelen. “Maak bijvoorbeeld een plan om alle sportcomplexen in een gemeente aan te pakken of alle scholen. Daar liggen de kansen.”

Uiteraard beslissen over de uitvoering niet de aanbieders maar de potentiële opdrachtgevers. Die moeten daarom worden verleid. Dat geldt ook voor particuliere woningeigenaren en bedrijven. Reden temeer voor het Energiefonds om blij te zijn met de aansprekende voorbeelden die worden gerealiseerd. Zoals De Scheg. Maar ook in opdracht van de voetbalclub PEC Zwolle. Die bestelde 1500 led-lampen. Een investering van 120.000 euro, die in vijf jaar wordt terugverdiend. Maar de lampen blijven ook daarna nog lang in gebruik, zo is de bedoeling.

Bedrijfsgebouwen

Blom kan zich voorstellen dat een installatiebedrijf een inventarisatie maakt van alle platte daken van bedrijfsgebouwen in een gebied. “Je staat er versteld van hoeveel hectares dat soms zijn op één industrieterrein. Je kunt bedrijven aanbieden om daarop zonnepanelen te leggen. Hiervoor zijn uitgewerkte esco-constructies zichtbaar waarmee je de boer op kunt. Als je bij elkaar 4 of 5 hectare plat dak hebt, heb je een serieus project. Met een omvang bovendien waarmee het binnen onze focus past.”

Door het schaalvoordeel dat een dergelijke aanpak biedt, gaan de kosten omlaag. Een installateur is zo in staat bedrijven een financieel aantrekkelijk aanbod te doen. De esco-constructie zorgt ervoor de bedrijven aan het project ook verder geen zorgen hebben.

Het is in het algemeen, weet hij, de installatietechnische vakspecialist zelf die het beste kan bedenken wat op het gebied van energiebesparing door installaties mogelijk is. “De uiteenlopende bedrijven zijn daar zelf veel minder mee bezig. Hun focus ligt op het eigen product. Een bedrijf dat bijvoorbeeld fruit koelt, heeft op de eerste plaats een koelvraag. Een installateur ziet misschien dat in de buurt een bedrijf zit dat de warmte die hierbij vrijkomt, kan afnemen. Zo kun je bedrijven met elkaar verbinden en help je klanten beter.”

Niet alleen in Overijssel, maar in heel Nederland liggen de mogelijkheden voor energie-efficiënte oplossingen in principe voor het oprapen, weet hij. Daarmee zou ontzettend veel winst te behalen zijn. Toch blijven tot nu toe veel kansen onbenut. “Dat is jammer. We moeten echt anders gaan kijken naar oplossingen, zodat goede initiatieven van de grond kunnen komen.”

Woningen

De blik blijft ook in Overijssel vooral gericht op de gebouwde omgeving. Het corporatiebezit kreeg al veel aandacht, particuliere woningen en bedrijfsgebouwen blijven achter. Marktpartijen zijn bij Energiefonds Overijssel in beeld om daarin verandering te brengen. “Die kunnen bedrijven en particulieren op een andere manier gaan benaderen. Denk bijvoorbeeld aan een consortium van een bouwer en een installateur die in het kader van één project een groot aantal particuliere eigenaren kunnen verzamelen. Omdat dat efficiënter werkt natuurlijk en tegelijk omdat zo voldoende volume kan ontstaan om in aanmerking te komen voor ondersteuning door het Energiefonds.”

Blom hoopt dat bedrijven zijn boodschap oppakken en voortvarend op zoek gaan naar kansen om hun marktpositie te versterken. Het Energiefonds verwelkomt, verzekert hij, de meest uiteenlopende voorstellen. “Of het nu gaat om woningbouw, industrie, landbouw of straatverlichting: mits maar energie wordt bespaard dan wel duurzaam opgewekt.”

Energiefonds Overijssel

Met de 250 miljoen euro in het Energiefonds Overijssel wil de provincie de energietransitie een flinke slinger geven. Doelen zijn enerzijds energiebesparing en anderzijds opwekking van wat wordt genoemd ‘nieuwe energie’. Het streven is dat in 2020 20 procent van de totale energiebehoefte hiermee is voorzien. Een belangrijk doel is tegelijk het door de crisis geplaagde mkb in de Overijsselse bouw- en installatiewereld kansen te bieden op herstel door innovatie en de ontwikkeling van nieuwe markten. Het fonds zorgt voor financieringsruimte door leningen te verstrekken tegen een relatief gunstige rente. Andere mogelijkheden zijn het nemen van participaties en het bieden van garanties.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels