artikel

Tijd voor aanpassing van Duurzame Ladder

bouwbreed Premium

‘Gemeente trekt stekker uit Centrumplan Weerselo’, ‘Beuningse starters wonen nog lang niet op De Slinge’. Een greep uit een van de vele ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de Ladder voor Duurzame Verstedelijking niet of onjuist is toegepast. Met alle gevolgen van dien. Tijd voor aanpassing van dit instrument.

Hoe vaak is het niet voorgekomen dat de Ladder voor Duurzame Verstedelijking – niet altijd zonder succes – door tegenstanders wordt aangevoerd om een bepaalde ontwikkeling te dwarsbomen? Hoewel de Ladder niet hoger reikt dan drie treden, strandt een veelvoud aan plannen op dit onderdeel bij de Raad van State.

Een van de oorzaken is het feit dat de Ladder op gespannen voet staat met de wens tot en noodzaak voor flexibele bestemmingsplannen.

Met de op handen zijnde Omgevingswet dweept de wetgever met de belofte tot meer mogelijkheden en minder onderzoeksplicht. Strikte toepassing van de Ladder dwingt initiatiefnemers echter om tot het uiterste te gaan bij het aantonen van de actuele regionale behoefte. Het gevolg is dat plannen óf gedetailleerder worden opgesteld, óf de behoefte niet kan worden aangetoond en in het ergste geval spaak lopen bij de Raad van State.

Hiermee worden niet alleen plannen gefrustreerd: ook de broodnodige flexibiliteit is nauwelijks mogelijk.

Transformatie van gebieden en gebouwen, vaak een proces van lange adem, staat daarmee onder druk. Alles moet uit de kast worden gehaald om aan te tonen dat de beoogde functies haalbaar zijn, met stijgende onderzoekslasten als gevolg. Ook andere, met enthousiasme gebrachte initiatieven, maken kans te belanden in een oeverloze discussie over de ‘regionale behoefte’. Met als gevolg dat ditzelfde enthousiasme in rap tempo de kop wordt ingedrukt en uitvoering van plannen verder weg lijkt dan ooit.

Hoewel het idee achter de Ladder getuigt van goede bedoelingen noopt de frustratie van flexibele plannen tot inhoudelijke aanpassing van het instrument.

De reikwijdte van de Ladder strekt zicht te ver. Nu moet voor elk plan, hoe klein ook, de regionale behoefte worden bepaald en afstemming worden gezocht. Het is ondoenlijk om voor elk initiatief een behoefte te bepalen en bovendien kan het niet zo zijn, dat altijd op regionaal schaalniveau bepaald wordt wat lokaal mag. De lokale ondernemer kent de plaatselijke markt, ziet om die reden al dan niet heil in een initiatief en is bereid daarvoor risico te nemen. Elke ontwikkeling, hoe klein ook, kan bijdragen aan behoud van leefbaarheid en lokale dynamiek. Projecten op perceelsniveau horen niet in de regio thuis.

Ondergrens

Een oplossing ligt voor de hand: Stel een ondergrens in en toets alleen projecten aan de Ladder die op regionale schaal effect hebben. Natuurlijk moet er altijd ruimte zijn voor maatwerk.

De toets van de actuele regionale behoefte wordt gebaseerd op prognoses. Prognoses die met de inzichten van nu zijn gemaakt en dus ook weer kunnen wijzigen. Dit conflicteert met een bestemmingsplan en structuurvisie die een geldigheidsduur hebben van tien jaar. Bovendien worden bouwprojecten vaak gefaseerd, en dus over een langere termijn, uitgevoerd.

Het kan niet het doel van de Ladder zijn, dat een project waaraan nu geen behoefte is wordt tegengehouden, terwijl de markt over enkele jaren weer aantrekt en de toets aan de Ladder positief zou hebben uitgepakt. Of andersom. De bestemmingsplannen van vóór de economische crisis waren immers ook opgesteld met voorspellingen van toen…

Dit onderstreept nog maar eens dat het beter is het instrument en vooral de behoefte (prognoses) op een andere wijze in het proces in te zetten. Een goede ruimtelijke ordening is meer dan alleen een toets aan getallen.

De huidige economische tijden, de wens tot flexibiliteit in bestemmingsplannen én de ontwikkelingen in de planologie, die vertaald worden in een Omgevingswet en toezien op minder regels, stroken niet met een bestemmingsplan dat de uitkomsten van de toets aan de Ladder rechtstreeks vertaalt. Het toestaan van bijvoorbeeld een ander woningtype dan waaraan volgens de toets aan de Ladder op dat moment behoefte is/lijkt te zijn, lijkt haast onmogelijk.

Het is van groot belang dat een goede ruimtelijke ordening wordt aangetoond en dat wordt toegelicht welke vertaalslag in een juridische regeling heeft plaatsgevonden. Een goede ruimtelijke ordening is meer dan de actuele behoefte.

Irene Buitenhuis en Henrike Francken, senior planologen bij SAB

Reageer op dit artikel