artikel

UAV-GC en het tijdig regelen van de vergunningen

bouwbreed Premium

Voor elk project of ontwikkeling zijn publiekrechtelijke toestemmingen vereist: vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen. Deze publiekrechtelijke toestemmingen zijn doorgaans een onzekere factor in een bouwproces: welke toestemmingen zijn vereist, wie vraagt de vergunning, ontheffing of vrijstelling aan? In de UAV-GC 2005 en bijbehorende Model Basisovereenkomst is hieromtrent een regeling opgenomen.

Op het eerste gezicht is de taakverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer betreffende de te verkrijgen publiekrechtelijke toestemmingen voor het werk en de werkzaamheden duidelijk en eenvoudig geregeld in de Model Basisovereenkomst (MBO) en de UAV-GC 2005. Bij de basisovereenkomst kan een annex worden gevoegd, waarin de publiekrechtelijke toestemmingen (in UAV-GC 2005 termen: vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemmingen) zijn opgenomen die de opdrachtgever dient te verkrijgen. De overige publiekrechtelijke toestemmingen verzorgt de opdrachtnemer. Wordt er geen annex bij de basisovereenkomst gevoegd, dan verzorgt de opdrachtnemer alle publiekrechtelijke toestemmingen die vereist zijn.

De MBO en de UAV-GC 2005 gaan ervan uit dat de publiekrechtelijke toestemmingen kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën: toestemmingen nodig voor de opzet van het werk, toestemmingen nodig voor het gebruik van het werk en andere toestemmingen die de opdrachtnemer wenst of nodig heeft. Met de laatste categorie worden de uitvoeringstoestemmingen bedoeld, aldus de toelichting op pagina 22. Toestemmingen nodig voor de opzet van het werk zijn de vergunningen en dergelijke die nodig zijn om het werk als zodanig tot stand te brengen. Toestemmingen voor het gebruik van het werk zijn afhankelijk van de bestemming van het werk: wordt bijvoorbeeld een kinderdagverblijf in het pand gevestigd of een horecagelegenheid?

Het hiervoor geschetste eenvoudige systeem van de MBO (artikel 6) is echter minder eenvoudig dan het doet vermoeden. De MBO en de UAV-GC 2005 laten vrij hoe de verantwoordelijkheid voor vereiste publiekrechtelijke toestemmingen voor opzet en gebruik van het werk over partijen wordt verdeeld (zie artikel 6 MBO en de toelichting daarop, pagina 22). De vraag die in de praktijk vaak wordt gesteld is: welke vergunning, ontheffing, vrijstelling wordt bij welke partij gelegd? Op deze vraag is niet zo eenvoudig een antwoord te geven. Ter ondersteuning is in de UAV-GC 2005 en in de toelichting een onderscheid gemaakt in de hiervoor beschreven drie categorieën publiekrechtelijke toestemmingen (opzet, gebruik, uitvoering). Deze indeling in categorieën lijkt heel handzaam vanuit contractueel oogpunt, maar is dat vanuit omgevingsrechtelijk oogpunt in mindere mate. Het omgevingsrecht kent dit onderscheid in categorieën namelijk niet. Zo zal een geïntegreerde omgevingsvergunning op grond van de Wabo al snel categorieoverschrijdend zijn. Dat betekent dat één vergunning mogelijk een opzet-, gebruiks- en zelfs uitvoeringselement bevat. De wetgever heeft dit ook uitdrukkelijk beoogd!

In de toelichting op artikel 6 MBO worden nog wel tips gegeven, zoals: leg de verantwoordelijkheid voor de toestemmingen niet geheel bij de opdrachtnemer en leg de verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsvergunningen in beginsel bij de opdrachtnemer (pagina 22). In paragraaf 10 lid 2 UAV-GC 2005 wordt ervan uitgegaan dat de opdrachtnemer de uitvoeringsvergunningen verzorgt. Maar daarvan kan worden afgeweken, zie artikel 6 MBO en de toelichting.

Om tot een goede verdeling tussen partijen van de verantwoordelijkheid voor de publiekrechtelijke toestemmingen te komen, is het verstandig om vooraf stil te staan bij de vraag welke toestemmingen (naar alle waarschijnlijkheid) vereist zijn voor het werk en de werkzaamheden en welke partij ze voor zijn rekening neemt. Niet zozeer de categorie-indeling is daarbij maatgevend, maar het antwoord op vragen als: wie heeft de informatie tot zijn beschikking om de vergunningaanvraag te kunnen indienen, gaat het om een zaaksgebonden of een persoonsgebonden vergunning, welke publiekrechtelijke toestemming is nodig om de financiering voor het project rond te krijgen et cetera. Om de praktijk te helpen bij het werken met geïntegreerde contracten verschijnt begin september de ‘Praktische toelichting op de UAV-GC 2005’, een uitgave van het IBR. Later in het najaar verschijnt een publicatie waarin een praktische toelichting wordt gegeven op publiekrechtelijke toestemmingen en de UAV-GC 2005.

Mr. Regina Koning, senior juridisch medewerker IBR

Reageer op dit artikel