artikel

Interview: ‘Eerst zien dan geloven, denkt de bouw’

bouwbreed Premium

Interview: ‘Eerst zien dan geloven, denkt de bouw’

In februari meldde Jacqueline Schlangen (50) in Cobouw niet de oma van de vernieuwing te willen worden en dus uit te kijken naar een andere baan. Die heeft ze per 1 september. Het enthousiasme waarmee ze het aanbod van Jaap Kruijt van Mourik Groot-Ammers heeft aanvaard, loopt als een rode draad door de acht jaar waarin zij zich met de vernieuwing van de bouw heeft beziggehouden.

Mourik is een bedrijf dat sociale innovatie toepast, samenwerking zoekt, klantgericht is en mensen mogen daar nog fouten maken. Die cultuur waar geleerd mag worden, zit in de genen en past bij mij. Bovendien roep ik al heel lang dat het belangrijk is om in een bedrijf ook eens andere gezichtspunten binnen te halen. Niet altijd een mannelijke ingenieur. Daarom moest ik het aanbod van Jaap wel aannemen, graag zelfs.”

Zij ziet nu in toenemende mate een trend dat bouwbedrijven vrouwen binnenhalen. Tessa Mensen bij BAM en Carlita Vis bij Mobilis zijn slechts twee van het groeiend aantal voorbeelden. “Iedereen in mijn omgeving reageert positief op mijn stap”, zegt Schlangen.

Het brengt ons meteen op het onderwerp van gesprek, vijf jaar Vernieuwing Bouw en daarvoor drie jaar Regieraad. Recentelijk werd nog gemeld dat de bouw er weinig mee is opgeschoten. “Dat komt volgens mij doordat vernieuwingen in de bouw heel langzaam gaan. Eerst zien dan geloven, is het adagium in de sector. Product- en procesinnovaties gaan nog redelijk snel, maar als je het hebt over zoiets zachts als sociaal-culturele innovatie, dan kijken bouwers eerst de kat uit de boom. Toen we het sociale innovatie gingen noemen, ging het meteen beter. Innovatie wordt begrepen. Maar ik moet ook zeggen dat de laatste jaren maatschappelijk verantwoord ondernemen steeds hoger in het vaandel van bedrijven is gekomen. En daar hoort ook de sociaal-culturele component bij”, vindt Schlangen. Terugkijkend vindt ze het belangrijkste resultaat van Vernieuwing Bouw de houding van ketenpartners jegens elkaar en het respect voor elkaar. “Van een sfeer van uiterst vriendschappelijk met elkaar omgaan in het tijdperk voor de bouwfraude-enquête naar diep wantrouwen naar aanleiding van de bouwfraude en de enquête, zitten we nu weer op een level van groeiend vertrouwen en respect, van samenwerking in de keten. We zitten op een hoger level dan voor de enquête. Dat is mogelijk geworden door een veranderde houding ten opzichte van elkaar en wederzijds respect voor elkaars kennis en kunde. Als dat er niet is, kun je geen goede projecten realiseren”, vindt ze.

Maar er zijn ook wensen voor de toekomst. “Nog steeds is er sprake van een soort Babylonische spraakverwarring. Men denkt elkaar te verstaan, maar begrijpt elkaar niet altijd. De vraag achter de vraag blijft vaak onuitgesproken. Uitvragen is een van de moeilijkste takken van sport. Daar kan de bouw juist goed bij helpen. Een opdrachtgever die een brug vraagt, krijgt een brug. Als de bouw zich goed had verdiept in de opdrachtgever en zijn behoefte, was een pontje misschien genoeg geweest, of had een tunnel meer voor de hand gelegen. Wat dat betreft doet de bouw er goed aan zich te verdiepen in de problemen en de denkwereld van de opdrachtgever. En vervolgens het gesprek daarover aan te gaan.”

Per 1 september gaat ze aan de slag bij Mourik. “Een van de dingen die nodig zijn als je je met vernieuwing bezighoudt, is verwondering. Je blijven afvragen waarom zaken gaan zoals ze gaan en of ze niet beter anders kunnen. Ik ben nu heel benieuwd waarover ik mij de eerste honderd dagen bij Mourik verwonder. En ook daarna wil ik mij blijven verwonderen.”

Reageer op dit artikel