artikel

Bouwend Nederland wil terug in de tijd

bouwbreed Premium

Bouwend Nederland wil terug in de tijd

Nederland moet stoppen met het actief werven van buitenlandse bouwbedrijven voor grote infrastructurele projecten, aldus Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen vorige week in interviews. Pieter van der Zwet is het niet met hem eens.

Om de sector te redden richt de voorzitter van brancheorganisatie Bouwend Nederland zich opvallend tegen de vrije markt. Eerder deze week riep Maxime Verhagen op om buitenlandse partijen niet langer actief uit te nodigen voor Nederlandse aanbestedingen. De voorgestelde gang van zaken komt vreemd voor. Juist nu veel van onze Nederlandse ingenieurs en aannemers met hun groei-ambities over de grenzen trekken. Het is niet te hopen dat hen daar een zelfde houding wacht.

De voorgestelde gang van zaken klopt bovendien niet. De grotere aanbestedingen in de Nederlandse bouw en infrasector worden door de belangrijkste opdrachtgever in deze markt, Rijkswaterstaat, keurig aangevangen met marktconsultaties waarop elke geïnteresseerde partij, uit binnen- en buitenland, haar interesse kan tonen. Specifieke uitnodigingen aan buitenlandse partijen om mee te dingen maken daar geen deel van uit.

Wellicht komt de opmerking van de voorzitter voort uit het feit dat desondanks enkele buitenlandse partijen, vaak als onderdeel van een consortium, succesvol zijn in het tenderproces. Is het dan niet slimmer om aan te moedigen dat juist maximaal wordt geleerd van de innovaties in techniek en werkprocessen die deze partijen op de markt brengen? De ontwikkeling van kennis in de branche heeft na de Deltawerken elders in de wereld namelijk niet stil gestaan. In plaats van de deuren dicht te trekken met de blik naar binnen zou Bouwend Nederland de blik juist moeten verruimen, op zoek naar innovatie in andere markten en sectoren. De brancheorganisatie zou daarnaast beter een appel doen op het werken met bodem- en plafondbedragen bij aanbestedingen om ‘prijsvechten’ te voorkomen.

Een ander deel van de kritiek van Bouwend Nederland betreft het feit dat ‘alle risico’s naar de bouwer worden gekieperd’. Ook dit is niet het werkelijke probleem. Waar het echt aan schort, is dat naast de eenzijdige verdeling van risico’s de opdrachtgever tegelijkertijd wil blijven bepalen hoe de opdracht wordt uitgevoerd. Dit gaat niet samen. De bouw is er juist bij gebaat als publieke opdrachtgevers nog meer functioneel gaan specificeren door alleen voor te schrijven aan welke functies het eindproduct (de weg, brug, dijk of gebouw) moet voloen. Hoe dit te maken, met welke materialen en welke technieken, zou volledig aan de sector overgelaten moeten worden. Pas dan kan de sector zich versterken en vernieuwen. Kortom, de bouwsector heeft juist geen protectionisme nodig in de vorm van beschermende maatregelen die erop zijn gericht om zaken terug te brengen naar hoe het ooit was. Integendeel, de bouw is gebaat bij innovatie en vernieuwend opdrachtgeverschap.

Pieter van der Zwet, managing director ingenieurs- adviesbureau MWH Global

Reageer op dit artikel