artikel

Auteursrecht

bouwbreed Premium

Nee, ik ga het niet hebben over ‘het’ concrete auteursrechterlijke dispuut dat momenteel de gemoederen van architecten bezighoudt, naar aanleiding van het kort geding van Hans Ruijssenaars. Het gevaar te worden overschaduwd door een al gepolariseerde discussie is te groot. Maar dat het onderwerp actueel is, is goed verklaarbaar.

Meer dan ooit zijn we namelijk bezig met het transformeren van bestaande gebouwen. Jonge ontwerpen krijgen steeds vaker een nieuw leven. Soms als jong monument, maar ook door ‘gewoon’ hergebruik van gebouw of casco. Bij deze jonge gebouwen staat de oorspronkelijk architect niet op een veilige 200 jaar afstand, maar heeft een collega architect of erfgenaam het intellectueel eigendom. Dat is wennen en lastig, want waar staat dat ‘intellectueel eigendom’ dan eigenlijk voor? De oorspronkelijke architect als scheppend kunstenaar, of als economische ‘rechthebbende’ of als ‘emotioneel eigenaar’ die het ontwerp het beste snapt. Helemaal ingewikkeld wordt als het een verbouwing van een verbouwing betreft. Snapt u het nog?

Handelaar in ideeën en beelden

Het is dus te begrijpen dat juist rondom deze projecten de gemoederen hoog oplopen. Tegelijkertijd groeit ook de weerzin tegen het begrip auteursrecht en ontstaat steeds meer een praktijk waar het auteursrecht helemaal buiten spel wordt gezet waardoor het ontwerp vanaf de eerste schetsen vogelvrij is en de architect niet meer dan een handelaar in ideeën en beelden. Het kind wordt zo met het badwater weggegooid.

Auteursrecht is essentieel om de integriteit van ontwerper(s) te beschermen. Door deze bescherming zijn ontwerpers in staat om de ‘waarde’ van het ontwerp tot eindproduct te kunnen ontwikkelen. Maar na realisatie wordt het een stuk ingewikkelder, zeker wanneer een gebouw per vijftien jaar ingrijpend verandert. Wat mij betreft staat de ‘ontwerp-kwaliteit’ van de ingreep boven het ‘intellectueel- eigendom’. Dat dient een collectief belang: de kwaliteit van onze gebouwde omgeving.

Onzelfzuchtig

In de Forum-uitgave 05 die AetA wijdde aan dit onderwerp ‘Werken aan andermans werk’ staat een prachtige uitspraak van architect Piet Tauber over de verbouwing van zijn gemeentehuis in Doetinchem. Hij beschrijft zijn boosheid en teleurstelling als hij niet de architect wordt. Uiteindelijk zegt hij over de ingrepen van de gekozen architect Ivan Ezerman: ‘Vrijer dan ikzelf zou hebben gereageerd op het PvE, heeft hij zijn creativiteit en vakmanschap ingezet, waardoor het gebouw voor decennia voldoet aan de eisen van de tijd.’ Een onzelfzuchtige waardering voor de ‘waarde en kracht’ van ontwerpen!

Marianne Loof, LEVS Architecten

Reageren op deze column? Dat kan via redactie@cobouw.nl of via Twitter op @MarianneLoof



Lees hier het verslag van het kort geding van architect Hans Ruijssenaars tegen de RVD. 

Reageer op dit artikel