artikel

Kwaliteitsborging biedt prachtkans

bouwbreed Premium

Kwaliteitsborging biedt prachtkans

Kwaliteit wordt alleen maar belangrijker. Mooi dus dat het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging er komt. Het gaat de consument én de bouw helpen. Joep Rats en Jan Fokkema zien in dit stelsel een prachtkans waardoor de bouw zich kan verbeteren en processen sneller en beter gaan verlopen.

Maar hoe voer je zo’n nieuw systeem in? Voor alle soorten gebouwen in één keer of per ‘gevolgklasse’? Nu de scherpste kantjes er af zijn, wil minister Blok het nieuwe stelsel gefaseerd invoeren, te beginnen met álle nieuwbouwwoningen en projectmatige renovatie. Dat vinden wij een prima aanpak, omdat in die sectoren al veel ervaring is met kwaliteitsborgingssystemen. Daardoor kan er een snelle en doeltreffende start gemaakt worden. Dat vergroot de kans op succes en verkleint het risico van fouten.

Die groep is goed gekozen, want het gaat hier om een belangrijk deel van gevolgklasse I, de grootste van de drie klassen. Deze stapsgewijze invoering geeft grote en mkb-bouwbedrijven de kans om te leren en om maximaal de vruchten te plukken van elke voorgaande stap. Zo komt er – al lerend – een onomkeerbare beweging op gang. Tussen de verschillende invoeringsfasen willen we geen onnodig lange pauzes; zodra het kan moeten de andere bouwwerken uit klasse I en de andere gevolgklassen volgen. Maar daarvoor is het noodzakelijk dat iedereen kan zien dat het stelsel werkt en – via reality-checks – welke kinderziektes verholpen moeten worden. Dat kun je beter op beperkte schaal evalueren dan gelijk bij 80 procent van de bouwwerken. Want als het dan misgaat, zijn we meteen alle draagvlak bij politiek, maatschappij en sector kwijt. Bovendien zorgen we door deze gecontroleerde invoering dat de nieuwe toelatingsorganisatie niet onnodig uitdijt.

Om snelheid mogelijk te maken moet er nog wel wat gebeuren. Bij SWK, Woningborg en Bouwgarant wordt hard gewerkt aan het bijstellen en aanscherpen van de kwaliteitsborgingssystemen. Voor bouwbedrijven betekent dit vooral dat ze beter moeten aantonen dan ze nu reeds gewend zijn, en dat ze op onderdelen ook echt meer kwaliteit moeten leveren. In pilots wordt op dit moment al veel ervaring opgedaan, die noodzakelijk is voor een soepele invoering van het nieuwe systeem. Ook moet snel helder worden welke eisen gesteld worden aan het opleverdossier; wij willen daar graag een bijdrage aan leveren.

Minimumeisen

Vervolgens moeten er duidelijke maatstaven komen voor de beslissing om verder te gaan met een volgende groep bouwwerken. Want bedrijven moeten weten welke minimumeisen er aan kwaliteitsborgingsinstrumenten gesteld worden, per gevolgklasse. Dan kunnen ondernemers ook zelf investeren in hun kwaliteitsborging. Dat biedt ook andere (markt)partijen de mogelijkheid om hun instrumenten te richten op de nieuwe situatie, zonder onnodige bureaucratie waar niemand beter van wordt, inclusief de consument.

Vervolgens moet er helderheid komen over alle volgende startmomenten, dus per klasse en categorie bouwwerken. Zo weten ondernemers wanneer hun kwaliteitsborging aangepast moet zijn aan de nieuwe situatie. Dat geldt ook voor gemeenten. Ook zij moeten hun organisaties tijdig kunnen aanpassen, rekening houdend met de consequenties voor de organisatie en leges.

Vergunningsvrij

Tenslotte: voor een flink deel van de totale bouwproductie gaat niet de plicht gelden van een kwaliteitsborgingssysteem. Veel kleine particuliere bouwopdrachten zijn immers al vergunningsvrij; dakkapellen, schuifpuien, maar ook na-isolatie, tegelwerk en andere specialistische opdrachten. En steeds meer van de iets grotere verbouwingen worden nu ook in hoog tempo vergunningsvrij. Maar voor de duidelijkheid, ook bij vergunningsvrij werk moet natuurlijk gewoon kwaliteit worden geleverd en aan de wet worden voldaan.

Een belangrijk winstpunt is dat door het nieuwe stelsel de torenhoge leges voor nieuwbouwprojecten eindelijk omlaag kunnen. Dat zal bij gemeenten wel voor spanning zorgen, omdat de grotere verbouwingsklussen voorlopig nog wel vergunningsplichtig blijven, terwijl de gemeentelijke organisatie daar relatief veel uren aan besteedt. We kunnen ons echter niet voorstellen dat de gemeenteraad kiezers durft op te zadelen met honderden euro’s extra aan leges, bijvoorbeeld voor een uitbouw.

Joep Rats, directeur economische zaken en verenigingszaken Bouwend Nederland, en Jan Fokkema, directeur Neprom

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @JanFokkema

Reageer op dit artikel