artikel

Innovatiepartnerschap biedt niet veel houvast

bouwbreed Premium

Innovatiepartnerschap biedt niet veel houvast

De Europese richtlijn 2014/24/EU, die sinds vorig jaar april van kracht is, bevat onder meer een nieuwe procedure: innovatiepartnerschap. Dat klinkt veelbelovend, maar wat houdt de procedure in en wat kunnen we ermee?

De Europese Unie heeft vijf kerndoelstellingen voor het Europa in 2020 geformuleerd. Eén van de vijf is onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Om dat te bevorderen, wil de EU via de aanbestedingsrichtlijnen deze doelstelling bevorderen. Daarom is er een nieuwe richtlijn bedacht, innovatiepartnerschap. De naam zegt het al, het gaat om innovatie en om het werken in een partnerschap.

Innovatie en aanbesteden vormen een moeizame combinatie. Als een bedrijf een goed idee heeft en dat wil aanbieden aan de overheid, mag die overheid niet zomaar met dat bedrijf in zee, hoe goed het idee ook is. Als er algemene middelen uitgegeven worden, is aanbesteden (vrijwel altijd) een verplichting. Het bedrijf zou dan met zijn concurrenten moeten meedingen naar de klus, waarmee zijn voordeel helemaal verdwijnt. De overheid propageert de innovatie bij bedrijven, onder de noemer ‘ unsollicited proposals’ of ‘eigen initiatief’, maar daar komt in de praktijk bitter weinig van terecht.

Lastig

Innovatiepartnerschap is een vorm van samenwerking waarbij de aanbesteder fasegewijs een overeenkomst aangaat met één of meer partners.

De procedure moet voorzien in een behoefte van een aanbestedende dienst naar een innovatief product (of dienst, of een werk) dat in de markt nog niet beschikbaar is. Met deze procedure kan de publieke opdrachtgever dan een samenwerkingspartner zoeken waarmee het product ontwikkeld kan worden en ook kan worden geproduceerd. Maar hoe omschrijf je iets dat er nog niet is?

Het partnerschap is alleen toegestaan als de producten voldoen aan een afgesproken kwaliteits- en kostenniveau. Dat lijkt nogal lastig voor een nog te ontwikkelen product, maar het voldoen aan deze voorwaarde is alleen mogelijk als het partnerschap het product heeft ontwikkeld. Moet het dan met terugwerkende kracht worden ontbonden als niet wordt voldaan aan de voorwaarde?

De procedure is feitelijk een onderhandelingsprocedure, waarbij dus met een aantal partijen tegelijk onderhandelingen worden gevoerd.

Op deze procedure is ook een drempelbedrag van toepassing, maar de waarde van de opdracht is niet zo eenvoudig te bepalen. Alle ontwikkelkosten, productie- en verwervingskosten (exclusief btw!) bepalen bij elkaar hoe groot de waarde van de opdracht is. Niet eenvoudig bij de aanvang van een spannend, innovatief en iteratief ontwikkelproces.

Bescherming

In lid 6 is het intellectueel eigendom geregeld. Daarmee zijn ideeën van inschrijvers tijdens de onderhandelingen goed beschermd, want hun voorstellen mogen niet zonder hun instemming aan anderen bekend worden gemaakt. Dat komt daarmee tegemoet aan de (redelijke) eis van ondernemers, die hun eigen ideeën graag beschermen.

Als na de onderhandelingen een gunningbeslissing moet worden genomen, mag uitsluitend emvi worden toegepast. Daarin wordt echter verwezen naar artikel 67, waarin lid 2 bepaalt dat onder emvi ook mag worden begrepen dat de prijs bepalend is. Maar louter de prijs zal door een weldenkende aanbesteder toch niet gehanteerd worden bij de gunning van een werkelijk innovatief product?

Er is nog vrijwel geen ervaring met de toepassing van deze procedure, behalve een voorbeeldproject in Finland. De bovenstaande beschrijving kan een afschrikkende werking hebben, want de procedure biedt niet veel houvast voor de aanbesteder die heldere regels zoekt. Maar voor de ondernemende publieke opdrachtgever moet innovatiepartnerschap als muziek in de oren klinken. Het doorlopen van de procedure is op zichzelf al een innovatief proces dat alle ruimte biedt voor eigen invulling, uiteraard samen met de (beoogde) partners.

Drs. ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel