artikel

In hoger beroep blijkt het gebrek toch ernstig

bouwbreed Premium

Je moet wel van goeden huize komen, wil je veertien jaar na oplevering van je woning de aannemer met succes aanspreken op een gebrek. In dit geval lukt dat, zij het pas in hoger beroep.

Wat is er aan de hand? De bewoners van een in maart 1997 opgeleverde woning spreken in 2011 hun aannemer aan op vochtproblemen in het lessenaarsdak van de dakopbouw. De aannemer constateert dat er inderdaad vochtproblemen zijn. Maar hij vindt niet dat er sprake is van een ernstig gebrek. Als dat wel het geval zou zijn, is hij – volgens artikel 16 van de algemene voorwaarden – aansprakelijk tot twintig jaar na de oplevering. Bij niet-ernstige gebreken eindigt zijn aansprakelijkheid al na zes maanden. Daarmee is het dus naar zijn mening niet langer zijn pakkie-an.

Nul op rekest

De bewoners denken daar anders over en stappen naar de Raad van Arbitrage (RvA). Daar krijgen ze in eerste instantie nul op het rekest. De arbiter signaleert wel verzakte pannen en een aantal rottende panlatten en tengels. Daaronder bevindt zich echter een dampdoorlatende folie. Met name omdat het dak aan de binnenzijde geen afwijkingen vertoont, ziet hij geen aanwijzingen voor een ernstig gebrek.

Daar nemen de bewoners geen genoegen mee. Ze gaan bij de RvA in hoger beroep, gewapend met een aanvullend rapport van een eigen deskundige dat er niet om liegt. De kosten van herstel zouden, inclusief btw, bijna 20.000 euro bedragen. Ook in het hoger beroep betwist de aannemer echter dat het gebrek ernstig zou zijn. En stel dat de arbiters (in hoger beroep zijn dat er altijd drie) dat niet met hem eens zijn? Daar heeft hij ook een antwoord op: dan is het gebrek te wijten aan gebrekkig onderhoud door de bewoners zelf.

Serieuze uitvoeringsfouten

Op basis van het aanvullende deskundigenrapport én hun eigen bezichtiging komen de appelarbiters echter tot hele andere conclusies. De aannemer heeft serieuze uitvoeringsfouten gemaakt. De dampdoorlatende folie is verkeerd om aangebracht. Daardoor kan vocht naar het dakbeschot en de overige constructiedelen lekken. De folie is ook niet goed gespannen, waardoor er water op kan blijven staan. Ten slotte is de folie ook nog eens direct op het dakbeschot gemonteerd, zodat vocht en waterdamp niet door ventilatie kunnen worden afgevoerd.

Bij de bezichtiging blijkt onder andere dat de houtrot al zo ver is gevorderd dat stukken van daksporen met duim en wijsvinger kunnen worden afgebroken. Verder is vrijwel het gehele dak zichtbaar ingezakt, wat wijst op uitgebreide verrotting van daksporen. Deze schade kan niet, zoals de aannemer stelt, het gevolg zijn van oorzaken van buitenaf of van gebrekkig onderhoud. De arbiters voorzien dat het rottingsproces zich zal voortzetten. Uiteindelijk zal al het hout in het dak vergaan, inclusief onderdelen van de draagconstructie, met instortingsgevaar als gevolg. Daarmee is wel degelijk sprake van een ernstig gebrek in de zin van artikel 16 van de algemene voorwaarden. Ook met het oog op de veiligheid is spoedig herstel geboden.

Totale vervanging

Het eerdere vonnis wordt vernietigd. De bewoners hebben recht op herstel. In dit geval betekent dat een totale vervanging van dak en dakconstructie. De arbiters wijzen dat toe, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag met een maximum van 25.000 euro. Daarnaast draait de aannemer in beide instanties op voor alle proceskosten én voor een deel van de kosten voor rechtsbijstand van de bewoners.

Ton Hesp. Meer over dit vonnis is te vinden op raadvanarbitrage.info, onder nummer 71.941

Reageer op dit artikel