artikel

Boer zoekt (geen agrarische) vrouw

bouwbreed Premium

De kans is groot dat een aantal van u heeft gekeken naar Boer zoekt vrouw. Yvon Jaspers trekt de afgelopen zondagen volgens de statistieken liefst 4 miljoen kijkers per aflevering. Daar zitten vast en zeker ook lezers van Cobouw bij.

In ieder geval heb ik met plezier gekeken. Het blijft een ontspannen bezigheid, ondanks de plaatsvervangende schaamte waar het programma soms toe leidt. Televisieprogramma’s met een agrarisch tintje doen het blijkbaar goed, vandaar mijn keuze voor het volgende arrest. Afgelopen najaar lag bij het Hof Den Bosch de vraag voor of een koper een beroep op dwaling en/of wanprestatie toe komt wanneer bij de koop van meerdere percelen als bouwgrond blijkt dat één van de twee percelen volgens het bestemmingsplan een agrarische bestemming heeft.

Agrarische bestemming

Wat was er precies aan de hand? Twee (aangrenzende) percelen waren verkocht aan kopers met aanduiding ‘bouwgrond’. Zowel in de koopakte als in de leveringsakte werd hiernaar verwezen. De kopers hadden de bedoeling om op het ene perceel een woning te bouwen en op het andere perceel een garage. Op enig moment, na de levering, kwamen zij er achter dat op het perceel bestemd voor de garage een agrarische bestemming rustte. De kopers namen vervolgens de stelling in dat zij beide percelen niet zouden hebben gekocht indien zij op de hoogte zouden zijn geweest van de agrarische bestemming. Inzet van de procedure was dan ook vernietiging c.q. ontbinding van de koopovereenkomst.

Ondertussen was de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht en het daarbij behorende Besluit Omgevingsrecht op 1 oktober 2010 in werking getreden, en was de verkoper zo slim geweest om bij de gemeente navraag te doen naar de bestuursrechtelijke (on)mogelijkheden. Uit antwoorden van de gemeente (die de verkoper als productie in het geding had gebracht) bleek dat de bouw van de garage op het tweede perceel niet door de agrarische bestemming zou worden belemmerd. Ook bleek dat het in redelijkheid niet viel te betwijfelen dat de kopers in de daaraan voorafgaande periode (te rekenen vanaf de koopovereenkomst) een buitenplanse ontheffing zouden hebben gekregen, zodat ook toen het door de kopers gewenste en voorziene gebruik er niet door zou worden belemmerd.

Aanname woonbestemming

Het Hof stelde voorop dat beide percelen aan de kopers waren verkocht als bouwgrond en dat dat suggereerde dat beide percelen dezelfde bestemming hadden en dat die bestemming bebouwing voor woondoeleinden toestond. Wat betreft het tweede perceel was dat niet juist. Afgaande op de formulering van de koopovereenkomst en de daarop gebaseerde transportakte lag het (inderdaad) voor de hand dat de kopers uitgingen van een woonbestemming voor het gehele perceel.

Echter, het ging volgens het Hof niet alleen om dat wat de kopers ten aanzien van de bestemming mochten aannemen op grond van de formulering van de koopovereenkomst en de transportakte. De bestemming diende ook te worden bezien in samenhang met de feitelijke consequenties ervan voor het gebruik van de percelen. De koopovereenkomst verwees immers niet zozeer naar de verkoop van percelen met een uitdrukkelijke vermelding van een specifieke bestemming in de zin van bestemmingsplannen, maar naar de verkoop van percelen bouwgrond.

En wanneer de percelen als zodanig kunnen worden aangewend volgens de door de verkoper ingediende stukken, hebben de kopers gekregen wat zij op basis van de koopovereenkomst mochten verwachten. De formele bestemming (weliswaar een belangrijke factor) achtte het Hof dus niet doorslaggevend. Het beroep op dwaling en/of wanprestatie van de kopers faalde dan ook.

Het is te hopen dat de boeren van Yvon net zo vindingrijk zijn als de verkoper in deze zaak en wat verder kijken dan alleen de agrarische kwaliteiten van de dames.

Cornélie Arnouts, Boekel De Nerée

Reageren op dit artikel? Dat kan via redactie@cobouw.nl of op Twitter via @CobouwNL

Reageer op dit artikel