artikel

‘We willen meer waar voor ons geld’

bouwbreed Premium

‘We willen meer waar voor ons geld’

Maxime Verhagen wil dat bouwbedrijven met elkaar in debat gaan over hoe de sector afkomt van de flinterdunne marges. Maar een voorzet geven wat dan een gezonde marge is, wil de voorzitter van Bouwend Nederland niet. “Dat is de verantwoordelijkheid van bedrijven zelf.”

Maxime Verhagen komt net in zijn lichtblauwe Mitsubishi Outlander uit Brussel gereden waar hij een overleg bij de Europese bouwfederatie Fiec had. Amper een paar seconden in zijn werkkamer op de achtste verdieping van het statige hoofdkantoor van Bouwend Nederland in Zoetermeer, schiet hij al uit de startblokken. Social talk? Even niet.

Hij wil graag wat zeggen over zijn verwachtingen, wensen “en misschien ook wel dromen” over de bouw. Op de drie uitgetikte A4’tjes, waarop hij tijdens het interview geregeld zal spieken, staan teksten over de bouw-cao, het betalingsgedrag in de sector en de kritiek op corporatiekoepel Aedes. De blik op zijn gezicht is streng, zijn tempo hoog, tijdens zijn inleiding moet hij een paar keer even op adem komen.

Inhaalslag

Verhagen is positief gestemd over 2015, zegt hij. De vraag naar woningen stijgt behoorlijk, vooral doordat het aantal huishoudens groeit. “We komen weliswaar uit een belabberde situatie, maar de komende tijd krijgen we een inhaalslag.” Gunstig zijn ook de ontwikkelingen voor bedrijfsruimtes en zorgvastgoed. Bovendien zullen honderdduizenden huur- en koophuizen verduurzaamd worden. “Dan heb ik het niet over nul-op-de-meter, maar gewoon over van label G naar label B.”

Maar de voormalig vice-premier is er niet om vergezichten te schetsen. Hij is er vooral om het speelveld naar de hand te zetten van de bouw. Dus komt het gesprek op opdrachtgevers, die naar zijn mening “misbruik maken van de crisis”. Vooral de branchevereniging van woningcorporaties, Aedes, krijgt er van langs. De eenzijdig opgestelde modelovereenkomst voor opdrachtgeverschap leidt tot ”uitknijpen” van aannemers, zegt Verhagen. “Ik vind echt dat dat niet kan. Natuurlijk hebben bouwbedrijven ook een eigen verantwoordelijkheid. Maar dit is geen maatschappelijk verantwoord ondernemen meer.”

Oproep aan de keten

Ook het betalingsgedrag van veel opdrachtgevers is dat niet, herhaalt hij een bekende jammerklacht van Bouwend Nederland. “Dat vertaalt zich meteen door naar de bouw.” Maar moet de bouwsector ook niet eens wat aan zijn eigen betalingsgedrag doen? Zeker, vindt Verhagen. “Dit is ook een oproep aan de keten. Wat ik hoop is dat bedrijven elkaar op tijd betalen.”

Verhagen kijkt weer even op zijn blaadjes. De grootste zorgen heeft de geboren Maastrichtenaar over de bouw-cao. Die wordt in een gigantisch tempo uitgehold. Van 170.000 werknemers in 2008, naar 100.000 nu. “En als we zo doorgaan, komen we over een paar jaar uit op 20.000. Het loopt vanzelf leeg. De bouwbedrijven kunnen zich de bouw-cao gewoon niet meer permitteren. Welke sector heeft, met alle respect, voor senioren zo’n zestig vrije dagen? Dat komt nergens voor.”

Instromers

Volgens Verhagen houdt de huidige cao – met zijn hoge loonkosten – het aannemen van mensen in vaste dienst tegen. Een nieuwe, moderne cao is daarom noodzakelijk. Nee, helemaal geen cao is géén optie. “Je moet immers een aantrekkelijke sector zijn voor instromers. Met een cao weet een werknemer waar hij aan toe is. En het biedt werkgevers een level playing field . Ik heb geen behoefte aan concurrentie op arbeidsvoorwaarden.”

Bouwend Nederland en de Aannemersfederatie zetten onlangs een streep door de samenwerking met Fundeon en Arbouw. De werkgevers hekelden daarbij de bureaucratie die de bouw-cao “onbetaalbaar, inflexibel en te weinig concurrerend maakt”. Concreet willen ze: minder collectiviteit en meer keuzevrijheid voor werknemers bij opleidingen. “Loon naar werken”, noemt Verhagen het. “We willen minder loonkosten, maar meer loon en betere loopbaanbegeleiding. Dat moet bouwvakkers toch ook aanspreken.”

De voorgenomen breuk met Fundeon en Arbouw is niet bedoeld om de druk op de cao-onderhandelingen te vergroten, bezweert Verhagen. “We willen meer waar voor ons geld. Wat Fundeon doet, kan de markt goedkoper. Daarover hebben we met de bonden gediscussieerd, maar we zijn er niet uitgekomen. Daarom forceren we nu. Het gaat ons er niet om te besparen, want we blijven hetzelfde budget beschikbaar stellen.”

Voldoende vis

De recente oproep van Janssen de Jong-topman Hans Smits om een debat te houden over hoe de sector het prijsvechten kan stoppen en de marges kan verbeteren, juicht Verhagen toe. Een oplossing heeft de voorman van Bouwend Nederland niet op de plank liggen. Door overcapaciteit is er een strijd op leven en dood aan de gang – een survival of the fittest, is de veelgehoorde opinie bij topmannen van grote bouwbedrijven. Te veel hengels die vissen in een steeds kleiner wordende vijver. Zou het helpen als er een grote bouwer failliet gaat? “Nee”, zegt Verhagen gedecideerd. Daar wordt de sector niet gezonder van. In de vijver zit voldoende vis, meent hij. “Hoe komt het anders dat er hier ook buitenlandse bedrijven bouwen? Dat is toch apart, vind ik.”

“Bedrijven moeten zich afvragen: tegen welke condities wil ik een opdracht aannemen? Ik zou het dan ook redelijk vinden om een vergoeding te krijgen bij emvi-aanbestedingen. Het gaat om grote bedragen die bouwbedrijven erin steken. Je houdt het niet lang vol als je bij een selectie drie van de vier keer naast de pot piest.”

Na zes jaar crisis is de gemiddelde marge in de bouw onder de 1 procent geduikeld. Naar welke marge zou de sector volgens Verhagen moeten streven? Wanneer is de sector weer gezond? De oud-CDA-politicus moet het antwoord schuldig blijven. “Het is uiteindelijk aan de bedrijven zelf om te bepalen welke marge ze willen behalen.” Zou het niet goed zijn als Verhagen als voorman van de bouw een voorzet geeft? Bijvoorbeeld meer dan 1 procent, of 2 of 3 procent? Hij lacht en kijkt even naar zijn woordvoerder. “In ieder geval meer dan 1 procent.”

‘Er gebeurt genoeg’

We gooien het over een andere boeg. Verhagen was tussen 2010 en 2012 minister van Economische Zaken, Landbouw én Innovatie. Hoeveel marge heeft een bedrijf nodig om te innoveren? “Innovatie is onderdeel van de kostprijs”, riposteert hij. “Er moet voldoende geld binnenkomen om te innoveren.” Licht geïrriteerd: “De suggestie dat er niet wordt geïnnoveerd in de bouw, wijs ik van de hand. Er gebeurt genoeg. Kijk waar Heijmans mee bezig is, de Glowing Lines. Kijk ook naar de nul-op-de-meter-woningen; tal van bedrijven zijn ermee bezig. Innoveren is onderdeel van de kosten die je maakt.”

De binnenkort in Delft te openen Bouwcampus is een mooi voorbeeld van innovatie in de bouw, vindt Verhagen. Open innovatie. Een veelbelovend antwoord op de campussen en de innovatie van DSM en Philips. Met kennisuitwisseling en kruisbestuiving tussen R&D’ers in een open cultuur. “Het vraagt een andere mentaliteit. Open innovatie is nodig voor groei. Dat zal in de bouw ook moeten gebeuren.”

Reageer op dit artikel