artikel

Het moet passen, werken en mooi zijn

bouwbreed

Het moet passen, werken en mooi zijn

Civiele techniek is bouwen aan de toekomst. Bij het ontwerpen, bouwen en gebruiken van infrastructuur, gebouwen en systemen zijn volgens staatssecretaris Wilma Mansveld drie dingen cruciaal: het moet passen, het moet werken en het moet mooi zijn.

Natuurlijk moet alles wat we in ons land bouwen of aanleggen, passen in de omgeving. Dit wordt steeds belangrijker. Honderd jaar geleden hadden we zes miljoen inwoners. De meesten van hen hadden nog nooit een vliegtuig gezien, een auto was in de meeste dorpen en steden een uitzondering en op een gemiddeld station stopten geen acht treinen per uur, maar per dag. We hadden, kortom, de ruimte. Die tijd is voorbij. Je kunt in Nederland niet vrijblijvend bouwen. Een gebouw, station of systeem kan niet zonder z’n omgeving. Toegankelijkheid wordt een steeds belangrijker factor. In de letterlijke zin van het woord willen we een toegankelijke stad, buurt of station. Maar ook de vraag hoe iets dan ook nog kan passen in de omgeving, wordt steeds vaker gesteld.

Bij huidige werkzaamheden gaan we dus uit van veel meer belangen dan tientallen jaren geleden: een weg moet niet alleen een stad bereikbaar maken, maar ook rekening houden met de leefkwaliteit van omwonenden. Bij de groei van Schiphol wordt voortdurend gekeken naar de luchtkwaliteit en het geluid voor de omgeving. Alles wat we nu bouwen of aanleggen, doen we zo duurzaam mogelijk. Tenslotte kijken we steeds vaker decennia vooruit. Want duurzaam betekent ook dat een gebouw langer blijft staan. Wie duurzaamheid vooropstelt, loopt voorop in de wereld. Als wij in Nederland goed zijn in duurzaam ontwerpen en bouwen, verdienen we daar wereldwijd veel geld mee en bouwen we aan een groene economie. Dat is de economie van de toekomst.

Een bouwwerk of systeem moet passen, maar ook gewoon goed werken. Dat is mijn tweede punt: betrouwbaarheid. Als voorbeeld noem ik het spoorsysteem in Nederland. We hebben het drukst bereden spoor ter wereld. Altijd en overal rijden treinen. Dat doen we heel goed. Maar de meeste aandacht gaat uit naar vertragingen, wisselstoringen of andere calamiteiten. Neem de Schipholtunnel. Er rijden liefst 48 treinen per uur doorheen die dagelijks 130.000 mensen vervoeren. Nu is het probleem dat in de tunnel regelmatig het brand- of rookalarm afgaat: 36 keer in de laatste twee jaar. Alle keren werd het treinverkeer stilgelegd. Soms was het alarm onterecht, omdat een machinist een stofwolk voor een rookpluim aanzag.

Railstofzuiger

Maar je neemt geen risico’s met de veiligheid van mensen. Al kost het tijd en geld, je moet een stap terug doen en de best mogelijke oplossing vinden in zo’n situatie. In het geval van de Schipholtunnel namen we tijd voor onderzoek. Als onderdeel van de oplossing zet ProRail nu een ‘railstofzuiger’ en sproeiers in, om stofwolken in de tunnel te voorkomen.

Dat we in Nederland zo’n goed spoorsysteem hebben, realiseren we ons nauwelijks. En dat er risico’s aan zo’n ingewikkeld systeem zitten, is logisch. Soms – in het geval van de Schipholtunnel, bijvoorbeeld – werkt een systeem misschien juist te streng. Toch valt er nog veel te winnen in het vermarkten waar we goed in zijn. Dus als je bijvoorbeeld de beheerder van zo’n spoorsysteem bent: communiceer er altijd duidelijk over. Zorg dat mensen begrijpen hoe ingewikkeld het werk achter de schermen soms is.

Mijn derde punt is: schoonheid. Geen enkele omwonende wil tegen ‘een lelijke bak beton’ aankijken. Schoonheid mag ook een rol spelen bij het afwegen en combineren van belangen. Gelukkig wordt die rol steeds groter. Neem het nieuwe station van Rotterdam. Een indrukwekkend gebouw, met veel glas en veel staal. Het is functioneel; er maken 100.000 reizigers per dag gebruik van. Maar het is ook een plek zijn waar je kunt winkelen en vergaderen. Kwaliteit, functionaliteit, inpassing en schoonheid gaan in Rotterdam hand in hand.

Er zijn echter ook genoeg voorbeelden van bouwwerken die we beter niet meer zo moeten maken. Ik denk aan grauwe woonwijken uit de jaren vijftig, zestig en zeventig, die als een lelijke krans tegen oude binnensteden zijn geplakt. Als aandacht is besteed aan vorm en schoonheid, ga je het omarmen en wordt een publiek bouwwerk, of infrastructuur, ook iets van jou. Het rijden, wonen of werken in een mooie omgeving maakt trots.

Of het nu gaat om de inpassing in de omgeving, de betrouwbaarheid of de schoonheid van een bouwwerk; het moet de praktijk weten te raken. En dat betekent automatisch dat je anderen betrekt bij je werk: omwonenden, gebruikers en klanten. Het moet altijd samen.

Wilma Mansveld, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Deze tekst is een bewerking van de lezing die zij maandag hield voor studenten van de TU Delft

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels