artikel

De tijd van grote projecten is voorbij

bouwbreed

De tijd van grote projecten is voorbij

Ondanks de voortdurende crisis in de bouw zijn de afgelopen tijd opzienbarende projecten opgeleverd, zoals Tivoli Vredenburg en het Rijksmuseum. Toch komt langzaam een einde aan grootschalige overheidsprojecten, nu gemeenten zich onder druk van de burger een bescheiden rol aanmeten.

De bouwende overheid heeft het tij tegen. In de collegeprogramma’s van de 30 grootste steden tref ik weinig concrete bouwplannen aan. De focus ligt komende jaren duidelijk op het sociale domein en het vertrouwen op de kracht van burgers. Een overheid die met grote gebaren binnensteden transformeert past blijkbaar niet langer in de nieuwe werkelijkheid. Ook Platform31 constateert een grootstedelijke bescheidenheid: de tijd van prestigieuze projecten is voorbij. Men zet in op het afmaken van bestaande plannen en nieuwe plannen worden in de koelkast gezet.

Eelijk gezegd kan ik de bestuurlijke terughoudendheid goed volgen. Al jaren waart het beeld rond dat de overheid haar projecten niet onder controle heeft. Bij gemeenteraadsleden leidt dit tot een grondhouding dat elk project toch weer over budget zal gaan en vertraagt. Dus waarom zou een gemeente daar nog aan beginnen?

Hoewel betrouwbare cijfers over ontspoorde projecten ontbreken, domineren voorbeelden zoals het Stedelijk Museum en de Noord-Zuidlijn het publieke debat. Lopende parlementaire onderzoeken naar de corporatiesector (enquête) en ICT-projecten van de overheid (commissie) versterken het beeld van hoge bestuurlijke ambities die in de projectuitvoering niet realiseerbaar blijken. Mij verbaast het dan ook niet dat in de collegeprogramma’s nauwelijks nieuwe bouwprojecten benoemd worden. Transformatie van de bestaande voorraad is namelijk dé uitdaging, en daar hoort een terughoudende rol van de overheid bij. ‘Faciliteren’ is het buzzwoord.

Schijn bedriegt?

Maar is de plotselinge bestuurlijke aversie tegen grote projecten niet tijdelijk van aard? Wellicht kunnen sommige wethouders – nu de verkiezingen achter de rug zijn – zich niet inhouden en worden binnenkort alsnog grootse bouwprojecten gepresenteerd. Toch lijkt mij dit niet aan de orde. De middelen om te investeren in de fysieke omgeving zijn de komende jaren beperkt, zodat gemeenten het vooral moeten hebben van anderen. Voor marktpartijen ligt daarin een kans, mede om gemeenten die beweren zich flexibeler op te stellen, bijvoorbeeld als het gaat om bestemmingsplannen.

Nu de bouwsector langzaam de weg omhoog weer vindt, maken marktpartijen zelf ook voorzichtige plannen. Ik zie hoopgevende signalen dat stadsbesturen proactief benaderd worden met voorstellen om te investeren in de stad. De vraag is echter in welke politieke voedingsbodem deze initiatieven landen. Op het oog worden bouwbedrijven, projectontwikkelaars en vastgoedbeleggers met open armen ontvangen. De keerzijde van deze ‘uitnodigingsplanologie’ is echter dat krachtige gebiedsvisies ontbreken en gemeenten zelf minimaal willen en kunnen investeren. Partijen blijven zodoende lang om elkaar heen draaien, zonder dat echt duidelijk wordt wie de initiatiefnemer is en wie volgt. Tal van bestaande pps-constructies hebben te lijden van het feit dat ze zijn opgetuigd in een periode dat de rolopvatting van zowel publieke als private partijen een andere was. Nu is het zoeken naar nieuwe verhoudingen, vaak binnen de (knellende) juridische kaders van een pps. Dat is een moeizaam en tijdrovend proces.

Kansen zie ik voor kleinere, binnenstedelijke projecten, geïnitieerd door coalities van meerdere partijen waarvan de gemeente er slechts één is. Voor de lokale overheid kan dit een strategie zijn om haar investeringsmogelijkheden te spreiden. Bijkomend voordeel is dat minder projecten volledig publiek gefinancieerd worden, waardoor de politieke aandacht voor ‘megalomane projecten’ misschien ook afneemt.

Voor veel marktpartijen zal de toekomst niet meer liggen in grote overheidsaanbestedingen. Als de gemeente haar rol als initiatiefnemer daadwerkelijk terugschroeft, biedt dit ruimte voor onconventionele ideeën. Cruciaal is wel dat nieuwe coalities een passende rol voor de gemeente inruimen, wetende dat de wethouder zich altijd zal moeten verantwoorden over de ontwikkeling van zijn (of haar) stad.

Wicher F. Schönau, adviseur bij Twynstra Gudde en deelnemer BouwregieNetwerk.nl, kennisplatform rondom strategisch projectmanagement

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels