artikel

De praktijk van de spontane stad

bouwbreed

De praktijk van de spontane stad

Procesvoering, ontwikkelend beheren en gezamenlijke planvorming zijn cruciaal bij organische ontwikkeling. Binnen het ruimtelijk domein wordt gezocht naar een nieuwe invulling van de rol van partijen.

“Organische gebiedsontwikkeling is veelal geen keuze, maar een consequentie van de situatie, namelijk de situatie in de markt, de rol van de overheid en in de eigendomsverhoudingen. Ontwikkelingen komen alleen tot stand in een langjarige transformatie met een onzeker eindbeeld”. Die treffende omschrijving is afkomstig van Heleen Aarts, directeur gebiedsontwikkeling bij Amvest en geboekstaafd in het recent verschenen boek ‘Meer ruimte voor initiatief’. Het boek is een momentopname waar het gaat om organische stedelijke ontwikkeling.

“Bij organische ontwikkeling zijn procesvoering, ontwikkelend beheren en (gezamenlijke) planvorming leidend. Aanpassing van wet- en regelgeving en financierings- en verdienvraagstukken zijn cruciaal, maar volgend op dit proces.” Dat is volgens Jeroen Niemans (Platform31) de nieuwe richting waarin binnen het ruimtelijk domein gezocht wordt naar een nieuwe invulling van de rol van de verschillende partijen. Organische stedelijke ontwikkeling wijkt af van de gebaande paden; het is een omkering van de vooraf uitgestippelde projecten uit de klassieke vastgoed- en gebiedsontwikkeling van de afgelopen decennia. En dus zullen alle partijen – noodgedwongen door de naweeën van de economische en bouwcrisis – zich moeten aanpassen. Rollen, (boek)houdingen, procedures (zoals vastgelegd in de nieuwe Omgevingswet) en omgangsvormen moeten worden aangepast, als dat al niet gebeurd is in de actieve zoektocht naar alternatieven. En er zal dus over en weer veel geëxperimenteerd en geleerd (ook van elkaars fouten en blokkades) moeten worden, terwijl nog geworsteld wordt met de erfenis van het verleden. Met op groei gerichte (bestemmings- en structuur-)plannen, onverkoopbare grondvoorraden, leegstaande kantoren en bedrijfsterreinen.

Instituties als woningcorporaties, vastgoedontwikkelaars en gemeenten leven vaak nog in de oude wereld die qua organisatiegraad verticaal, centraal en top-down georganiseerd is. Vooral gemeenten zullen fors moeten wennen aan de horizontale, decentrale en bottom-up georganiseerde nieuwe wereld, maar dat kost wel enige tijd en mentale aanpassing. Toch blijkt het – nu al – te kunnen, zo bewijzen de voorbeelden van gebieds- en stadsontwikkeling uit Maasdonk (bouwlocatie voor 275 woningen), de transformatie van de Arnhemse wijk Coehoorn of bij de communicatieve inzet en visie van de gemeente Nieuwegein. Vaak blijkt daar – zo blijkt uit de gevoerde gesprekken met professionals – dat het goed mogelijk is om binnen de bestaande financiële en wettelijke kaders succesvol te opereren. De inbreng en opstelling van burgers zijn daarbij elke keer van groot (strategisch) belang.

Frank Soeterbroek (bureau De Ruimtemaker) geeft in zijn essay aan dat spontaniteit waar het gaat om burgerinitiatieven en creatief ondernemerschap “een duwtje in de rug, verleiding en verbinding nodig heeft” om tot wasdom te komen. “Het gaat in essentie om het primaat geven en bouwen aan het sociaal en cultureel kapitaal van de stad en het versterken van het publieke domein”. Gemeenten hebben bij dat alles een belangrijke en deels nieuwe taak, namelijk die van hefboom. “De uitdaging is om fors te investeren in een cultuur van wederkerigheid, wisselwerking en waarachtigheid in de relatie bestuur en stad en in de relaties binnen de stad”.

Het is duidelijk. Stoppen met sturen is weliswaar de ultieme vorm van organische ontwikkeling, maar in de praktijk leidt dat tot chaos, ongebreidelde verstedelijking en ander leed. Er zal dus altijd een mengvorm van het in te zetten sturingsmechanisme bij gebiedsontwikkeling moeten zijn, die afgestemd is op de lokale ambities, opvattingen en mogelijkheden.

Drs. Robbert Coops, sociaal-geograaf en werkzaam bij Winkelman en Van Hessen (rcoops@wvhcommunicatie.nl)

Drs. Bert Wolting, oprichter/eigenaar Wolting Gebiedsconsult (wolting@gebiedsconsult.nl)


Bron: Jeroen Niemans en Esther Slegh (2014): Meer ruimte voor initiatief; organische stedelijke ontwikkeling: een tussenstand, Platform31, Den Haag, ISBN 9789491711107, 105 blz.

Zes hefbomen voor een spontane stad:

1. Organiseer een continue wisselwerking tussen gemeente, burgers en bedrijven.

2. Integreer in het denken en doen.

3. Investeer in de kwaliteit van sociaal en cultureel kapitaal in de stad.

4. Bouw arena’s en lokale netwerken waarin de gemeente fungeert als aanjager, verleider of bemiddelaar.

5. Gebruik de kracht van storytelling.

6. Maak geen gladde maar schurende verhalen over de ontwikkeling van de stad.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels