artikel

De toekomst is aan biobased materiaal

bouwbreed

De toekomst is aan biobased materiaal

Bouwen met natuurlijke materialen. Nooit begrepen waarom niet iedereen dat doet. Bouwmateriaal maken van grondstoffen die normaal de composthoop op gaan. Wat is er nu mooier dan materialen gebruiken die uit zichzelf weer teruggroeien?

We zien het nu eigenlijk overal: duurzaamheid, biologisch eten, C2C en circulaire economie, om er een paar te noemen. Het komt allemaal neer op hetzelfde principe, kringlopen. Voor de sceptici, ook de fossiele grondstoffen zijn gebaseerd op een kringloop: boom valt om, zand en steen drukken erop en het wordt olie, wanneer dit opbrandt, komt er CO 2 in de lucht die door bomen wordt opgenomen, die omvallen etc.

Dit gebeurt in een proces van miljoenen jaren. Wanneer we net zoveel opstoken als er aan olie bijkomt, is er niks aan de hand. Nu we het werk van miljoenen jaren in vijftig jaar opbranden, komt er dus te veel CO 2 in de lucht. Fossiele grondstoffen hebben een langcyclische kringloop, maar als we het hebben over het sluiten van de kringloop bedoelen we dus een kort cyclische kringloop, grondstoffen die groeien in een tijdsbestek van een seizoen tot ongeveer honderd jaar (een boom). Bij een duurzaam groenbeheer groeien de nieuwe grondstoffen dus tijdens het gebruik.

Biobased materialen maken uitsluitend gebruik van hergroeibare materialen. De traditionele composteerbare materialen: biodegradables (hout, riet, vlas, wol, kurk, of hennep, natuurlijke oliën en verven), maar het vernieuwende zit in de biorenewables . Deze grondstoffen worden door bioraffinage gewonnen of geproduceerd van materialen met een biologische oorsprong. Deze materialen zullen dus niet composteren, maar zijn wel hergroeibaar. Vezelrijke tomaten- of aubergineplanten die na de oogst normaal naar de composthoop gaan, krijgen na het toevoegen van mineralen en door toepassen van druk een vergelijkbare kwaliteit als keramisch materiaal. Aan het materiaal zelf is niets biologisch te zien, maar het valt wel onder de kortcyclische kringlopen. Denk daarbij aan Biofoam, Derbipure of NovaLignum. Als je het principe ziet, begrijp je de oneindige mogelijkheden voor biobased materialen.

In de traditionele milieutoetsen komen biobased materialen gek genoeg heel slecht uit de bus. Dat komt enerzijds omdat rekenmethoden gebaseerd zijn op statische chemische materialen en anderzijds omdat het benodigde landoppervlak als negatief beschouwd wordt. Vreemd, want een bos lijkt me geen negatief landoppervlak. Biobased materiaal maakt bovendien dubbel gebruik van datzelfde landoppervlak door het agrarische restmateriaal te gebruiken. Wanneer je naar de steeds meer gehanteerde LCA’s (levenscyclusanalyses) kijkt, scoren biobased materialen duidelijk beter dan fossiele materialen. Traditionele materialen zorgen voor veel vervuiling tijdens winning en energieverbruik tijdens productie. Recycling is goed, maar die energie win je er niet mee terug en de vervuiling ruim je er niet mee op. Recycling is in feite slechts het verlengen van een van de stappen in de kringloop. Dan is het dus pas echt goed als je de kringloop kunt sluiten: geen afval, maar de basis voor hergroei.

Hout is een ongelooflijk veelzijdig biobased product. Hout sluit naadloos aan bij strengere energie-eisen: hout isoleert uit zichzelf en biedt bovendien veel meer ruimte in de opbouw voor isolatiemateriaal. Houtbouw is uitermate geschikt voor prefab toepassingen. De toekomst is lichte houten gebouwen op lichtere funderingen, volledig uit de fabriek. Hout heeft, net als alle biobased materialen, het kenmerk dat het CO 2 vastlegt. Een kuub vuren legt 621 kilogram CO 2 vast voor de levensduur van het gebouw.

Last but not least, het effect van de natuurlijke materialen op de leefomgeving en dus de mens. Natuurlijke materialen ademen, reguleren vocht en warmte, voelen aangenaam aan en ruiken fijn. Bij de opening van een onlangs opgeleverde ecologische tandartspraktijk zeiden de bezoekers: het voelt hier net als thuis. Bij een bezoek van een minister uit Groot-Brittannië aan een van onze ecologische woningen zei, bij binnenkomst: “It feels so good and the lovely smell of wood.” Een Rabobank had (in het kader van ‘groen is poen’, denk ik) een van zijn vier gelijkwaardige overlegruimten ecologisch gebouwd, zonder dat je het kon zien. Toch werden daar verreweg de meeste overleggen gepland.

Dan blijft natuurlijk alleen het esthetische vraagstuk over. Is het biobased bouwen wel architectuur? Er is vaak over gediscussieerd, maar ook over smaak valt wel degelijk te twisten!

Daan Bruggink is architect

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels