artikel

Kwaliteit hoeft niet altijd veel te kosten

bouwbreed

Kwaliteit hoeft niet altijd veel te kosten

Sinds vorig jaar hanteren we emvi als gunningscriterium. Op basis van prijs en kwaliteit beoordelen we aanbiedingen. Maar bij de toepassing is de prijs nog heel vaak doorslaggevend en blijkt kwaliteit niet onderscheidend. Waar ligt dat aan? En kun je daar iets aan doen?

Het toepassen van emvi (economisch meest voordelige inschrijving) is sinds de invoering van de Aanbestedingswet per 1 april 2013 een verplichting. Tenzij er argumenten zijn om louter op prijs te gunnen, dient de beoordeling ook op kwaliteitsaspecten gebaseerd te worden. Maar kwaliteit is een breed begrip, dus waar praten we eigenlijk over? Gaat het om de kwaliteit van het product, de proceskwaliteit of de kwaliteit van de aanbieding? Of wellicht de kwaliteiten van de mensen die het project gaan doen? Een bewuste keuze van de invulling van kwaliteit is van wezenlijk belang.

Vervolgens is de vraag wat het verband (de correlatie) van kwaliteit met prijs is. De niet-uitgesproken veronderstelling is dat een lage prijs wel zal samenhangen met een lage kwaliteit. Maar dat blijkt niet altijd het geval, zoals we hieronder zullen schetsen.

Tenslotte is er de discussie over de verhouding tussen prijs en kwaliteit. We noemen dat het relatieve gewicht en meestal wordt dat uitgedrukt in percentages. Een verhouding tussen prijs en kwaliteit van bijvoorbeeld 60/40 zegt iets over de verwachting van de aanbesteder over het gewicht van de twee elementen. In de praktijk wordt deze verhouding op gevoel bepaald en is er in het geheel geen sprake van een statistische onderbouwing. Het is dan ook louter de verwachting dat de beoordeling op een bepaalde manier zal uitwerken, gebaseerd op een volstrekt subjectieve aanname dat de gewenste verdeling (bijvoorbeeld 70/30) ook de werkelijke verdeling zal zijn. De resultaten van veel aanbestedingen leveren dan ook vaak een ander beeld op (lees: uitslag) dan vooraf verwacht.

De Amerikaanse statisticus, adviseur en hoogleraar William Edwards Demming is zijn leven lang bezig geweest met vraagstukken omtrent kwaliteit in organisaties. Deming stond aan de basis van het kwaliteitsdenken in Amerika, maar ook in Japan, waar hij nog steeds (hij overleed in 1993) als een held wordt gezien. Deming ontdekte dat in organisaties die primair gericht zijn op kwaliteit, in de loop der jaren de kwaliteit hoger wordt tegen lagere kosten. Kwaliteit is gedefinieerd als het resultaat van het werkproces, gedeeld door de totale kosten. Andersom, als organisaties zich vooral richten op kosten, gaan die omhoog en daalt de kwaliteit. Dit inzicht staat loodrecht op onze veronderstelling dat een lage prijs samenhangt met een lage kwaliteit.

Nieuwe inzichten

Uit recente evaluaties van aanbestedingen in Nederland, waarbij emvi op een juiste manier wordt toegepast, blijkt echter (tot ieders verbazing) dat er significant vaak een aanbieder ‘wint’ die een hoge kwaliteit combineert met een lage prijs. Uit een studie die in de periode 2005–2007 is uitgevoerd in Finland onder 150 aanbestedingen blijkt hetzelfde.

Die studie levert nog een ander, zeer relevant inzicht op. De onderzoeker/architect Kimmo Liimatainen corrigeert de beoordelingen op een statistische wijze, waardoor er een juiste verdeling ontstaat tussen prijs en kwaliteit. De oorzaak van een scheve verdeling is de wijze van beoordelen. Vaak wordt de prijs verdisconteerd op een manier waarop de goedkoopste het maximum aantal punten krijgt en de duurste geen punten scoort. De beoordeling van kwaliteit gaat met rapportcijfers, waardoor geen enkele inschrijver het maximum of het minimum aantal punten krijgt. Hierdoor is er dus sprake van twee verschillende afwijkingen die de verstoring tot gevolg hebben. Daardoor is prijs te vaak bepalend voor de uitslag. Door middel van een eenvoudige statistische behandeling van de uitslagen, worden prijs en kwaliteit wel op hun juiste onderlinge waarde geschat. In liefst 72 procent van de 150 aanbestedingen zou dat een andere winnaar hebben opgeleverd. In 10 procent van de gevallen bleek dat de hoogste kwaliteit samen ging met de laagste prijs.

De bovengenoemde inzichten versterken de roep om gunning op basis van prijs én kwaliteit, met als belangrijke voorwaarde dat er voldoende deskundigheid bij de aanbesteder aanwezig moet zijn. Alleen door een correcte waardering van prijs en kwaliteit (in verhouding tot elkaar) worden aanbiedingen op de juiste waarde geschat.

Drs.ing. Jaap de Koning, Witteveen+Bos

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels